De Stichting Schrijverspantheon heeft bij gelegenheid van de 60e sterfdag van oud-Noordwijkse Henriëtte Roland Holst-Van der Schalk een gedichtenwedstrijd opgezet. Bedoeling is het gedicht “Sombre Gedachten Schiep een Sombre Tijd” in alle opzichten te ‘vertalen’ naar de huidige ‘sombre’ tijden. Ik heb geen ‘vertaling’ gemaakt, maar een ‘pastiche’ (wat iets anders is 🙂 )

Sombre gedachten schiep een sombre tijd / Henriette Roland Holst – Van der Schalk

Sombre gedachten schiep een sombre tijd,

het leven lag, gelijk eenschip in trage

wateren, en een stem sprak dat de lage

luchten alles omsloten voor altijd.

 

Er was geen licht, er was geen lucht: de handen

verslapten, omdat zij van hoop leeg waren;

denkers doken naar wrede trotse maren

dat ze hun ziel behoedde voor verzanden.

 

Dichters wendden zich van de levens-sferen

wederbegerend wat in d’eeuwen sliep,

of loken d’ogen en verbleekten diep

beproevende op hun eigen hart te teren.

 

In de zware tijd die zo langzaam streek

was ’t dat een moedeloze berusting groeide

en opkwam mat geloof van de vermoeide

wereld wier oude gang een eeuwige leek.

 

Maar onderwijl werd in beneden-lagen

ver van ’t mistroostig ras dat heerste op aard

met smart ontvangen, en in pijn gebaard

de nieuwe kracht, die ons omhoog zal dragen.

 

Sombre gedachten schiep het sombre licht / Pjotr

Sombre gedachten schiep het sombre licht,

toen ik staande op het plein

de toren zag met haar schone schijn.

En daaronder het Janus-beeld dat zwicht

 

onder de last van vergane glorie.

Leegheid viel het dorp ten deel.

De aanblik greep me bij de keel

en ik dacht: wel potverdorie!

 

Gedachten aan de rederijkerskamer,

aan decadentie en het mondaine

waaraan niemand ooit heeft kunnen wennen,

verdwenen onder des slopers hamer

 

Aan het oude Rembrandt en Huis ter Duin

Palace, Hollander en Hoek,

een dichtgeslagen boek.

nu alleen nog holle gaten en hopen puin.

 

Jetje van der Schalk draait zich om in heur graf:

niemand zag ze ooit een hand uitsteken

om de neergang te verbreken.

Noordwijk – dacht ze – is terug bij af.

 

Maar aan den einder van vergeten tulpenvelden

dagen nieuwe vergezichten

van een Noordwijk dat zich op zal richten

en zich in alle schoonheid zal laten gelden.