We hebben het al eerder gehad over het fenomeen ‘ziekzoeken’, waarbij men in de Bollenstreek op zoek ging naar zieke tulpen- en hyacinthenbollen. Men was gewapend met emmer, stok (om de bladeren opzij te buigen) en ‘snotkoker’ (om de zieke bollen uit de grond te halen, zonder daarbij het omringende gewas te beroeren). En meestal had men ook nog een paraplu, zodat je niet door zonlicht kon worden verblind of op het verkeerde been gezet. En beenkappen, om te voorkomen dat je als ziekzoeker zelf allerlei verkeerde schimmels en bacteriën ging lopen verspreiden.
Hierboven twee beelden van een ziekzoeker: links het beeld in Noordwijkerhout, rechts het beeld in Noordwijk. De ene ziekzoeker heeft een stok om het gebladerte opzij te buigen voor nadere inspectie, de ander een paraplu tegen het zonlicht. De één beenkappen, de ander laarzen (dat mocht ook). Zo trokken langzaam lopend (het was een precies en daarom geduldig werkje) door de velden op hun ziekelijke zoektocht. Bijzondere mannen. Vakmensen. Mijn opa was er zo ééntje.
Een standbeeld voor hen is een mooi eerbetoon. Twéé standbeelden nog mooier.

