Hulshorst, als vergeten ijzer

is uw naam, binnen de dennen

en de bittere coniferen,

roest uw station;

waar de spoortrein naar het noorden

met een godverlaten knars

stilhoudt, niemand uitlaat

niemand inlaat, o minuten,

dat ik hoor het weinig waaien

als een oeroude legende

uit uw bossen: barse bende

rovers, rans en ruw

uit het witte Veluwhart.

(Gerrit Achterberg)

Noordwijk, verdwenen zand

is uw lot, opgeslokt door

protserige paleizen

buiten uw duin;

Waar de omnibus uit het oosten

als in vervlogen tijd

aankomt, maar niemand brengt

niemand weghaalt, o minuten,

dat ik hoor het klappen van touw

tegen de kromgetrokken mast

op uw bommers: vissersman

en haring, garnt, kabeljauw

uit het diepst van de Duitsche Zee.

(Pjotr)