Het krantenbericht van 22 december 1925 spreekt over ‘Mr. Robert Henry Mac.Intasch’, maar in werkelijkheid heette hij ‘Robert (Bob) Henry McIntosh’ en hij was niet de minste. Je zou denken dat een piloot die al tussen het opstijgen op Schiphol en het neerkomen in Noordwijk de weg kwijt is en ook nog al zijn benzine, een eersteklas-geoefend brokkenpiloot moet zijn. Maar hij zette het toestel wel veilig op het strand op 4 palen ten zuiden van Noordwijk, ofschoon uit het verhaal niet duidelijk wordt of dat ook in dichte mist gebeurde (“een groote menschenmassa heeft het kunnen gadeslaan”).

Maar al had ook het luchtruim boven het strand potdicht gezeten, Bob Mcintosh was toch wel geland. Hij was juist beroemd geworden om zijn kunde in de slechtste weersomstandigheden te kunnen landen, vandaar ook zijn bijnaam “All-Weather Mac”. Volgens sommigen zou hij de eerste geweest zijn (in Croydon op 20 oktober 1921 met een Handley) die een zgn. “ILS Cat. III A” had neergezet, een precieze instrumentennadering en -landing met een decision height niet lager dan 50 ft en met een zichtafstand op de landingsbaan niet minder dan 200 m.

Bob Mcintosh vloog voor Imperial Airways uit Engeland, maar had al eerder heldendaden verricht, onder meer door in zijn uppie met een Fokkertje naar India te vliegen. Tegen de tijd dat het oorlog werd, trad Bob in dienst bij de RAF en deed daar zijn moedige dingen. Na de oorlog deed hij mee aan ‘Operatie Manna’ (het uitwerpen van brood boven het net bevrijde Europa) en hij was betrokken als actief vlieger bij de Suez-Crisis.

Daarna gaat alles weer de mist in.

Mcintosh schreef wel zijn autobiografie, een boek waar ik als de pieten achteraan ga: “All-Weather Mac. The autobiography of Wing-Commander R. H. McIntosh, D.F.C., A.F.C.”. Vermoedelijk komen we daar nog mooie verhalen in tegen (misschien ook wel over zijn ongelukkige dwaaltocht boven de Bollenstreek in 1925).