Het begrip “Burgemeester in Oorlogstijd”  refereert aan de politieke en bestuurlijke dwangpositie, waarin burgemeesters terecht kwamen in de oorlog: ze moesten schipperen tussen de Duitse bezetter en de belangen van de bevolking. Soms vuile handen maken, noodgedwongen balanceren op de dunne draad van politieke, bestuurlijke en uiteindelijk ook maatschappelijke correctheid. “Ze moesten op zoek naar een manier om er ‘het beste van te maken’. Maar daarmee werden ze, vaak onbedoeld, een instrument van de Duitse bezettingspolitiek,” aldus de wikipedia.

Van “Wethouders in Oorlogstijd” of  “Gemeentesecretarissen in Oorlogstijd” hoor je minder. In Noordwijk was burgemeester Van der Mortel door de Duitsers vervangen door een NSB-burgemeester Musegaas. Dat had niet in de laatste plaats te maken met de toenemende weerzin bij Van der Mortel om onder de Duitsers te dienen, een weerzin die hij niet onder stoelen of banken stak. Wethouder Vogelaar en Gemeentesecretaris Ike bleven zitten in hun ongemakkelijke rol. Afgaande op ‘recensies’ van na de oorlog bleken ze zeer wel in staat die rol op een integere manier in te vullen. Vogelaar en Ike zouden hun posities ook na de oorlog nog lange tijd vervullen en genoten groot respect.

Toch doet het ook in retrospectief – en met het oog op dit pamflet – vreemd aan dat ambtenaren tegelijk dienstbaar waren aan de samenleving en ook – een beetje – aan de bezettende macht. Vreemd toch ook dat de HH Vogelaar en Ike na de oorlog tijdens het proces tegen Musegaas wel erg actief optraden als getuigen a décharge, terwijl de beschuldigingen tegen hem toch niet mals waren en hij uiteindelijk veroordeeld werd. Zie onderstaand krantenbericht van januari 1948: