Ik schreef onlangs een blogje over de Joodse familie James Catz die vóór de oorlog, in 1927, de prachtige villa ‘Duintop’ had laten bouwen en die die villa gebruikte als tweede huis naast hun eigenlijke woning aan de Heemraadssingel in Rotterdam. James Catz en zijn vrouw Louise trokken hier met hun 2 zonen Hans en Theo in de winter van 41/42 in, toen de grond in Rotterdam langzaam te heet begon te worden onder hun voeten (Joodse burgers dienden zich onverwijld te melden bij de autoriteiten). Maar ook in Noordwijk begon het langzaamaan onveilig te worden. De familie verhuisde in de zomer nog naar de villa van de familie Nolst Trinité tegenover “De Duintop” (de “Villa Zonnewende” aan de Koepelweg), maar moest ook vandaar weer een nieuw heenkomen zoeken.
Hans Catz beschrijft in het boek “Het Oog van de Naald” hoe dat in zijn werk ging: via via was een huisje beschikbaar gekomen in Helvoirt bij Den Bosch. Aan het einde van de zomer van 1942 pakte iedereen nog wat spulletjes op uit “De Duintop”, daalde het duin af en liep naar Katwijk. Daar werd de blauwe tram naar Leiden genomen en vandaar ging het richting Den Bosch.
Aan de vlucht van de familie leek geen einde te komen. Eind 1942 al probeerde men voor veel geld weg te komen naar het ‘vrije’ Frankrijk, via Maastricht en Luik. Maar bij de Franse grens bij Dôle werden de Catzen gearresteerd door de Duitsers. Vader en Moeder Catz werden op transport gesteld naar Polen en zouden kort daarna omkomen in Auschwitz. De beide jongens Catz wisten te ontsnappen, doken onder in Luik, vanwaar ze apart van elkaar weer probeerden weg te komen, opnieuw in zuidelijke richting.
Theo wist uiteindelijk via de Pyreneeën en via Engeland naar de Verenigde Staten te komen (hij zou aan het einde van de oorlog nog met het Amerikaanse leger in de Pacific strijden). Hans kwam in Zwitserland terecht, maar toen hij vandaar probeerde weer verder te komen, werd hij opnieuw gearresteerd. Hij had zich vermomd als Zuidafrikaans soldaat en kwam in verschillende kampen terecht als ‘krijgsgevangene’ wat zijn redding was.
Na het einde van de oorlog liftte hij snel naar huis. Eerst naar Rotterdam, toen naar Leiden en vandaar lopend naar Noordwijk (met een bootje oversteken bij Rijnsburg, omdat de brug over de Vliet aan flarden lag). “Villa de Duintop” was geheel en al leeggeroofd, er zat geen ruit meer in. Hans werd in Noordwijk opgevangen door Jan van Kan, die zich had ontfermd over de fiets van Louise Catz. “De enige fiets in Noordwijk met echte luchtbanden”: Van Kan had er nooit op gereden en het ding altijd op de zolder verstopt gehouden.
Hans Catz was weer ‘thuis’ (Theo Catz zou later – in 1949 – omkomen bij een vliegongeval in de Verenigde Staten). Hij had in die jaren 5000 km gereisd, waarvan zeker 600 te voet. Zijn verhalen zijn opgetekend in “Het Oog van de Naald”, een publicatie die her en der nog wel eens via een antiquariaat wil opduiken en in ieder geval in de KB in Den Haag aanwezig is. Zijn kinderen Folkert en Petra droegen hier op een mooie manier zorg voor. De eerste verhalen kwamen – volgens Petra – toen zij als kind met hun ouders weer verbleven in de inmiddels gerestaureerde “Duintop” in Noordwijk aan Zee.
Bijgaande foto dateert van vóór de oorlog. Als je goed kijkt zie je vóór en naast het huis nog enkele mensen staan. Ongetwijfeld de familie Catz in betere, vooral vrediger tijden.


Interessante geschiedenis!
Mooi stukje. Bedankt.
kan ik eindelijk mijn sleutels inleveren “tegen goede belooning terug te bezorgen bij” Firma James Catz, Makelaars in Assurantien. No ****