
Op 7 mei 1948 kwam in de Ridderzaal onder voorzitterschap van Winston Churchill het Haagse Congres bijeen. Het congres – dat duurde tot 11 mei – vormde de opmaat voor de Europese Unie en staat dan ook te boek als een historische bijeenkomst. Naast (latere) grootheden als Paul-Henry Spaak, Harold McMillan en Francois Mitterrand was ook voor het eerst een delegatie uit Duitsland aanwezig, nog geen regeringsdelegatie (want er was nog geen Bundesregierung), maar toch.
De delegatie stond onder leiding van Konrad Adenauer, de latere Bundeskanzler, maar op dat moment nog burgemeester van Köln. Onder de delegatieleden bevonden zich vogels van verschillende pluimage: een hoogleraar (Walter Hallstein), een kardinaal (Gahlen van Paderborn), een senaatspresident (Kaysen uit Bremen) en een politiechef (Bargatzki). Allemaal mensen die gedurende het nazi-bewind een gerespecteerde verzetsrol vervulden.
Ook Ludwig Braun, Stadtrat van Baden-Baden, was erbij en hij liet enkele herinneringen optekenen:
Gewohnt hat die Delegation in Nordwyk – etwa 30 km nördlich von Den Haag. Ich teilte mein Zimmer mit Polizeidirektor Bargatzki. Ein ‘wunderbares’ Zimmer. Da war nicht einmal ein Spiegel drin. Wir mussten uns ohne Spiegel rasieren. Wit fuhren dan jede Nacht durch die grossen Tulpenfelder nach Nordwyk.

Herinner jij je nog Jaap van der Zwan,
van de slagerij aan de Zeewind,
hij heeft nog een krans narcissen gelegd
op de voorkap van Adenauers auto.
Waarom zie ik eigenlijk nooit meer een narcissenkrans op een motorkap liggen ?
met conrad adenauer begon wirschaftswunder en liep noortuk vol met heinkels en borgwards.
ghijsa, narcissen worden niet meer gekopt, men gaat er met de spuit overheen.
Al jaren doen ze dat, vroeger heb ik heel wat slingers gemaakt, die verkochten we op de Beeklaan voor ongeveer 4 gulden. Heel veel geld als kleine jongen verdiend.