Op de Algemene Begraafplaats in Noordwijk aan Zee bevindt zich het graf van Dirk (of Dik)  van Swaay. De steen bevat een afbeelding van een zeilboot en dat is ook de enige verwijzing naar het verhaal dat achter dit graf schuilgaat. Het verhaal wordt verteld door Agnes Dessing in haar proefschrift “Tulpen voor Wilhelmina – De geschiedenis van de Engelandvaarders (Amsterdam, 2004):

 Voor familie en vrienden van vermiste Engelandvaarders was de onzekerheid over het lot van hun dierbaren een zware last. In de paar gevallen waarin het lijk van zo’n Engelandvaarder aanspoelde, voelde de familie dan ook – naast groot verdriet – opluchting, omdat hiermee aan die onzekerheid een einde kwam.  Zo was het misschien ook met de familie van Dik van Swaay, een twintigjarige student aan de Technische Hogeschool Delft, die in de nacht van 14 op 15 november 1941 per kano naar Engeland vertrok.

 Van Swaay was al snel na de capitulatie actief geworden in het verzet: eerst in het verzet van studenten en hoogleraren aan de TH (de groep  Mekel) en later in de Haagse OD. Toen hij wegens dit verzetswerk gezocht werd, probeerde hij op 27 september 1941 samen met een studiegenoot, Paul Eckenhausen, in een kano vanuit Katwijk naar Engeland te ontsnappen. Zij hadden pech: vlak onder de Engelse kust draaide de wind en hun kano werd naar Nederland teruggedreven. Zij spoelden aan op het Zeeuwse eiland Goeree, werden gearresteerd en in het politiebureau van Rotterdam opgesloten. Dik van Swaay wist hieruit via een luchtkoker te ontsnappen en dook onder.

 Op 14 november deed hij zijn tweede poging tot Engelandvaart, nu met een andere medestudent, de 23-jarigee Jan van Blerkom. Ook deze, lid van een verzetsgroep onder leiding van de Delftse hoogleraar Schoemaker, werd gezocht wegens zijn aandeel in de liquidatie van een verrader binnen deze groep, Hugo de Man geheten. Deze liquidatie (op 14 augustus 1941) werd bekend als ‘De moord te Delft’ en ontketende een klopjacht op Van Blerkom en een andere student, Charles Hugenholtz, met wie Van Blerkom de liquidatie had uitgevoerd.

 Het vertrek van Dik van Swaay en Jan van Blerkom uit Scheveningen op 14 november is goed verlopen. Dat weten we door de getuigenis van een vriend, die hen hielp de kano ‘op zee te zetten’. Toen bericht over hun behouden aankomst uitbleef, werden de beide families zeer ongerust. Van Swaay sr. vertegenwoordigde de Zwitserse wapenfabriek Oerlikon in Nederland en kon zo, via de Nederlandse gezant in Bern, begin 1942 in Engeland informeren of daar iets over zijn zoon bekend was. Dat bleek niet het geval.

 Op 24 mei 1942, ruim een halfjaar na hun vertrek, spoelde het lijk van Dik van Swaay aan op het strand van Noordwijk. Het stoffelijk overschot van Van Blerkom is nooit gevonden.

 

(met dank aan Klaas)