Je had als kind altijd de neiging om mee te marcheren met het muziekcorps, als het weer eens door de straten ging. Voor een aubade zus, of een feestelijke zomeravond zo. Je deed het wel, dat mee marcheren, maar niet al te opzichtig, een beetje bedeesd, omdat je wel  wist dat  je er niet echt bij hoorde.
 
Er was altijd één jongen die zich daar niet voor schaamde: ik weet niet meer hoe hij heette, maar hij was er altijd. Een goedmoedige, lieve jongen, die helemaal op kon gaan in de muziek en zich zelfs af en toe gedroeg als de ‘leader of the pack.’  Iedereen kende hem en niemand zou het in zijn hoofd halen om hem ook maar één strobreed in de weg te leggen. Het was andersom: iemand had hem een witte koppelriem  en een jasje en een pet en een trommel met twee stokken gegeven. Net  zoals de muzikanten zelf.  Bij bijzondere gelegenheden had hij ook nog een oranje sjerp om. Hij maakte deel uit van de muziek.
 
Zijn beeld duikt – heel kort –  op in een filmpje van  Kenneth Bestwell op youtube. Ik voelde me meteen geraakt. Ontroerd.