Ik heb eerder aandacht gegeven aan de uitnodiging die Henriëtte van der Schalk en Richard Roland Holst stuurden aan Albert Verwey om ter ere van hun voorgenomen verloving een ‘mokka te drinken op het chalet van Jhr. Van den Konijnenburg te Noordwijk aan Zee.
 
Ik pijnigde in voornoemd stukje mijn hersenen over de vraag waar dat ‘chalet’ dan wel gestaan had en wie die ‘jonkheer’ dan wel was. De oplossing van het raadsel is in spot en cynisme gelegen: de Van Konijnenburgen bezaten een badhotel in Noordwijk aan Zee én een etablissement (Hof van Holland) in Noordwijk-Binnen. Men sprak in de volksmond dan ook over Konijn-aan-Zee en Konijn-Binnen. Die van zee hanteerde met gemaakte trots en opzichtigheid een dubbele naam: Van Raal van Konijnenburg.
 
Henriëtte (‘in spe’) Roland Holst appelleerde met enig spottend understatement aan deze dorpse parmantigheid. Die spot zal ook wel gegolden hebben voor dat ‘chalet’, want Badhotel Van Konijnenburg was in eerste instantie niet het toonbeeld van de chique badplaatsarchitectuur, die je achter de naam ‘chalet’ zou vermoeden.
 
Ik ontleen deze gegevens aan het boekje “Kunstenaarslevens”  (Assen,1959) van Mea – dedochtervan – Verwey. Daarin wordt ook een briefje van Herman Gorter aan Albert Verwey geciteerd van 20 juli 1894: Wil je voor ons vragen bij Konijn a/Zee of er van 20 Aug. af, voor een dag of 10 of 14 nog kamers zijn met  gezicht op zee, en mij die dan beschrijven met prijzen. Of zijn ze te slecht, en is het café al te druk?