scharpcaspari

Jan Scharp (1756-1828) was dominee en dichter en voor alles prinsgezind in hart en nieren. Een ‘getrouw aanklever van het Huis van Oranje’. Hij schreef nog in 1794 een lierzang op stadhouder Willem V, maar een jaar later was het goed mis, toen met de Franse troepen ook de Nederlandse patriotten terugkeerden, die met grote bereidwilligheid iedere zweem van orangisme onder tafel veegden. Jan Scharp werd geschorst als voorganger en zou pas in 1800 zijn dominele functies weer op kunnen nemen.

Hij was toen al vele jaren Nederlands-Hervormd predikant geweest in Sint Annaland (1778-1780), in Axel (1780-1788) en korte tijd (1788-1789) in Noordwijk-Binnen. Noordwijk zou volgens eigen zeggen zijn mooiste standplaats worden (“De Lustplaats van mijn Hart!”). Volgens overleveringen was hij een beter godsgeleerde en kanselredenaar dan dichter.

Zijn werken werden wel getypeerd als ‘berijmd proza’, maar dat doet geen recht aan het grootse gedicht dat hij maakte bij zijn aantreden in Noordwijk in 1788:

God zal ik om Noordwijk prijzen

Daar ik op dien lieven grond,

In de tuinen: paradijzen,

In de menschen: Englen vond.

Daar ik op de balzempaden,

waar men bloem en kruidplant voedt,

Leezen kon op duizend bladen:

Hallelujah! God is goed!