De theoloog dr. Jan Koopmans (1906-1945) schreef al in november 1940 een pamflet onder de titel "Bijna te Laat", waarin hij eigenlijk al waarschuwde voor wat Joodse medeburgers later in de oorlog allemaal nog zou worden aangedaan. De grote Jaques Presser noemde Koopmans vanwege dat pamflet een profeet: ‘een buitengewone geladenheid spreekt uit dit stuk, een bewogenheid, wortelend in het besef, dat hier een ontzettende catastrofe was aangevangen. Het is alsof dr. Koopmans één ogenblik de martelgang naar de crematoria als in een flits heeft aanschouwd.’
Het was zo ongeveer het eerste illegale pamflet dat in de oorlog in Nederland verscheen. Koopmans zou zich ook anderszins blijven inzetten voor het lot van de Joden in Nederland. Hij was nauw betrokken bij het werk voor de Joden, hij hield namens de kerk contact met de bezetter en hij zocht naar wegen om Joodse families te helpen. Hij kwam bij de SS bekend te staan als ‘de procuratiehouder van de firma Juda&Co’.
Zijn verdiensten zijn terug te vinden op een internetsite vanwaar ik deze informatie trek. Daar lees ik ook de volgende curieuze situatie waarin Koopmans uiteindelijk de dood zou vinden:
in maart 1945 werd hij, ‘logerend’ op een van de uit veiligheidsoverwegingen wisselende adressen, getroffen door een verdwaalde kogel terwijl hij naar een executie keek; hij overleed een kleine twee weken later.
Het pamflet "Bijna te Laat" werd gedrukt te Noordwijk, bij welke drukkerij is niet bekend (er was natuurlijk geen colofon, waarin auteur, uitgever en drukker werden vermeld). Het werd gedrukt in een oplage van 50.000 exemplaren en verspreid via ondergrondse bladen, via burgemeesters, natarissen en schoolbesturen. Twee distributeurs werden in 1941 opgepakt en tot gevangenisstraffen veroordeeld. In zijn requisitoir noemde de "General-Staatsanwalt" de stellingen van Koopmans zeer gevaarlijk voor het Nederlandse volk en hij gebruikte daarvoor een omineuze redenering: "In het pamflet wordt het Jodenprobleem voorgesteld als een christelijke zaak. Dat is niet juist …."
