fotoIn 1929 was – volgens de NRC van 10 oktober 1929 – 50% van alle inwoners der beide Noordwijken katholiek, reden voor die krant om de benoeming van een katholieke burgemeester niet ter discussie te stellen. In de Noordwijkse gemeenteraad gebeurde dat blijkbaar wel, althans afgaande op de wat knorrige interventie van de (protestantse?) dorpsdokter Hadriaan van Nes.

Als de ene helft  van alle Noordwijkers katholiek was, impliceert dat (even voor het gemak) dat de andere helft protestants was.  Maar de eigenaar-digheid met het protestantisme is natuurlijk altijd geweest dat er van veel eenheid binnen die kerkrichting nooit sprake is geweest. In tegenstelling tot de door paapsen beleden Eenheid van de Heilige Moeder der Kerk, maakten de protestanten er een danige mêlee van verschillende geloofsrichtingen van, met als gevolg dat bijvoorbeeld in Katwijk iedere voor het kerkvolk  onwelgevallige preek van de dominee al terstond kon leiden tot weer een nieuw kerkgenootschap (lees de hilarische verslagen daarover van Maarten ’t Hart in "Het Roer Kan Nog Zes Maal Om").

Maar afgezien van deze versplinteringen, waren de protestanten sowieso verdeeld in verschillende hoofdstromingen: in 1834 had de afzetting van een Friese dominee, Hendrik de Cock, al geleid tot de ‘Afscheiding’. In 1886 zou tijdens de Doleantie opnieuw flink afgescheiden worden, dit keer onder leiding van Abraham – de Geweldige – Kuyper. De kerken uit de Afscheiding en de dolerende kerken van Kuyper kwamen in 1892 samen in de Gereformeerde Kerk, ter onderscheiding van de Nederlands Hervormde Kerk. Deze twee hoofdstromen moesten de versplintering die er nog steeds was en ook steeds toenam, een beetje toedekken, maar in Noordwijk alleen al waren verschillende plekken aanwijsbaar waar afwijkende geluiden konden worden gehoord (de Protestantenbond aan het Lindenplein, herinner ik mij).

Pas op 1 mei 2004 is de Nederlandse Hervormde Kerk met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Ik weet niet hoe de vlag er nu – 4 jaar nadien – bij hangt, maar er schijnt in ieder geval in Katwijk tenminste nog wel één dissidente prediker rond te lopen en ik heb niet de illusie dat hij de enige is in dit land. Mais soit.

Ik wil maar zeggen dat het gezeur en gemor van die dolende en dolerende Noordwijkse protestanten in 1929 over de benoeming van die paapse burgemeester Van den Mortel volkomen misplaatst was en alleen maar kon worden verklaard uit het even zieltogende als achterhaalde verzet tegen de katholieke emancipatie van die dagen. Van den Mortel zou zich overigens ontwikkelen tot een prominent burgervader, naar wie nog een mooie, lange asfaltweg zou worden vernoemd.  Blijkens bijgaand artikel uit de NRC van 2 augustus 1929 werd de nieuwbakken burgemeester ondanks alle Hoekse en Kabeljauwse irritaties nog wel getracteerd op een zanghulde van de vereenigde koren van Noordwijk. Ik wed dat de protestantse zangers onder hen maar wat hebben staan murmelen en voor de hoge noten geen moeite hebben gedaan.