foto

Ze liepen altijd onder geleide van een paar verzorgsters door het dorp op zaterdag. Stonden vaak een beetje hangerig stil op een hoek van de straat als de verzorgster een boodschap moest doen. Ze zagen er meestal ook niet uit: grauwe kleding, veel te grote jassen en lompe schoenen. Ze waren altijd vriendelijk en aardig, maar toch was je als kind wel een beetje bang voor ze, eigenlijk alleen maar omdat je intuïtief aanvoelde dat ze ‘anders’ waren dan jij.

De jongens en meisjes van de Willem van den Berghstichting wáren anders. Hun verstandelijke vermogens waren – vaak al vanaf hun geboorte – met hen op de loop gegaan. Ze konden thuis meestal niet goed verzorgd worden of het was beter dat ze in een verzorgingstehuis werden opgenomen. Daar waren ze met elkaar, waren ze veilig, kregen ze aandacht en goede therapeutische verzorging en waren ze best gelukkig. Volgens mij waren ze dat ook wel, ze zagen er altijd heel tevreden uit en soms – als je ’s zomers op het land werkte tussen de tulpen en de gladiolen – deden er ook wel eens een paar jongens van De Stichting mee, in het kader van re-integratie of therapie of zomaar om ze van de straat te houden. Één en al goedmoedigheid en contacten die ertoe leidden dat in ieder geval ‘normale’ Noordwijkers gesocialiseerd werd in de wereld van de verstandelijk gehandicapte.

De Van den Berghstichting was in 1924 gesticht en vernoemd naar dr.mr. Willem van den Bergh, een gereformeerde voorman uit de 19e  eeuw. Maar bekender dan de stichter was de eerste geneesheer-directeur Jacob Juch (1895-1943). Hij gaf in de oorlog ruimte aan enkele van zijn medewerkers om waardevolle spullen, die eigenlijk bij de bezetter moesten worden ingeleverd, te verstoppen in een speciaal daartoe geconstrueerde ruimte in het paviljoen Gop. Verraad van een medewerker, een dubieuze rol van een Noordwijkse NSB-er en een inval van de SD bracht alles aan het licht en Jacob Juch en Johannes Molegraaf, timmerman van de stichting, werden opgepakt en afgevoerd, eerst naar de Scheveningse gevangenis, later naar het concentratiekamp Oraniënburg in Duitsland, vanwaar ze niet meer terugkwamen. Beiden kregen als eerbetoon een straat naar hen vernoemd, Juch veel eerder dan Molegraaf (ook daarin waren blijkbaar standsverschillen).

Nu heeft de zorgstichting die ‘De Willem’ exploiteert een deel van de terreinen verkocht aan een projectontwikkelaar in Brabant. En die heeft weer het plan opgevat om in deze lommerrijke omgeving mooie en vooral dure villa’s te bouwen voor de happy few. De Volkskrant van afgelopen zaterdag heeft er een boeiend artikel over dat aldus begint:

“Op een dag rijdt er op het terrein van Willem van den Bergh, zorgcentrum in Noordwijk, een glimmende SUV harder dan de toegestane 15 km per uur. De welgestelde bestuurder is op weg naar zijn 1 miljoen euro kostende boswoning en passeert verstandelijk gehandicapten op driewielers die wild met hun armen zwaaien. De SUV-bestuurder zet zijn auto neer bij zijn huis en ziet dat andere gehandicapten in zijn tuin bivakkeren. Hij belt woedend de directie dat zijn privacy alweer is geschonden.”

Het artikel rept ook van mogelijk aardiger kanten aan het plan (er komt ook sociale woningbouw en er rijden niet alleen maar SUV’s). Maar het artikel roept wel de ultieme vraag op: “wie is er nou eigenlijk gek geworden?”