blok

Petrus Johannes Blok was in 1855 in Den Helder geboren, doorliep de Latijnse School in Alkmaar en ging klassieke letteren studeren in Leiden. Hij promoveerde in 1879 op op Sextus Pompejus Magnus Gnaei filius en werd leraar op het Stedelijk Gymnasium in Leiden. In 1881 trouwde hij met Maria Dorothea Felix, en na haar overlijden – in augustus 1908 – met Johanna Frederika Kuiper. Dat was in 1911. Uit het eerste huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. Blok kon uit het onderwijs alléén zijn bevrediging niet halen en op aanraden van de Grote Historicus Robert Fruin stak hij zijn neus steeds vaker in het lokale gemeentearchief. Aanvankelijk wilde Blok – hij had in vakanties al een oogje op Noordwijk laten vallen – een studie maken van Noordwijk in de middeleeuwen, maar Fruin bleef halsstarrig en stuurde hem de kant van ‘Leiden’ op. Het resultaat was niet mals: in 1883 verscheen van zijn hand “Eene Hollandsche stad in de Middeleeuwen”en al in 1884 “Eene Hollandsche stad onder de Bourgondisch-Oostenrijksche heerschappij”. Beide boeken – zo schreef de recensent – “toonden dadelijk Bloks deugden en gebreken: de werkkracht, de voortvarendheid, het driftig verlangen naar zichtbare resultaten die een ander van nut konden zijn; maar tevens de slordige compositie, de onverzorgde stijl, de al te vluchtige oriëntatie op terreinen die hijzelf voor het eerst betrad. Werkelijke kenners van de middeleeuwen als Samuel Muller stonden tegenover dit jeugdwerk nogal kritisch, maar in den lande vestigde Blok met deze boeken zijn naam als een meester in het vak. Niet onverdiend ook: na de grote critici van de negentiende eeuw was er behoefte aan mannen die de synthese zouden aandurven. Juist aan die moed heeft het Blok nooit ontbroken.” Zijn benoeming nog in datzelfde jaar tot hoogleraar in de algemene en vaderlandse geschiedenis te Groningen kwam dan ook niet uit de lucht vallen. En Blok deed het heel goed. Zijn aardigheid was misschien ook wel dat hij veel investeerde in de lokale en regionale geschiedenis van Groningen en de ommelanden daar. Hij entameerde de uitgave van het Oorkondeboek van Groningen en Drenthe (1895-1899. 2 delen), richtte het Groninger Historisch Genootschap op en bracht de Groninger Volksalmanak opnieuw tot leven. In zijn Groningse jaren begon Blok ook zijn archiefreizen, om in het buitenland voor de Nederlandse geschiedenis belangrijke documenten op te sporen. Eén van de meest concrete resultaten daarvan was de oprichting van het Nederlands Historisch Instituut te Rome, waarvan Blok de onbetwiste bouwpastoor was. Maar zijn grootheid kwam uiteindelijk te liggen in de publicatie van zijn “Geschiedenis van het Nederlandsche volk”, een majestueus werk dat tussen 1892 en 1907 in 7 pronte delen werd uitgegeven.

Blok nam uiteindelijk ook de plaats van zijn leermeester Fruin over: in 1894 was hij weer in Leiden terug. Hij bleef er hard doorknokken, nam tal van andere functies op zich en werkte intussen ook nog eens aan zijn “vaderlandse geschiedenisserie”. Rond 1907 vertrekt hij – na alle vakanties die hij er al heeft doorgebracht, maar ook met het oog op de gezondheid van zijn vrouw – definitief naar Noordwijk. Hij koopt er de “Villa Zeewijk” aan de noordelijke einder van de Noordboulevard, die hij rond 1913 nog eens door mijn favoriete architect H.J. Jesse laat verbouwen. Maar het gaat dan al langzaam op de terugweg met hem, waarschijnlijk mede door de dood van zijn vrouw in 1908. Zijn vijfentwintigjarig jubileum als hoogleraar wordt in 1909 nog stil maar hartelijk en warm gevierd in zijn villa aan de boulevard. Maar bij zijn aftreden in 1925 werd volstaan met een bibliografie van zijn geschriften en een commandeurschap in de orde van Oranje-Nassau. Er was weinig warmte en vreugde meer aanwezig. Blok had er al eerder blijk van gegeven zich te interesseren voor de regionale en lokale geschiedenis die hem in zijn woonoorden omringde. Dat gold ook voor Noordwijk: had hij – zoals we zagen – al eerder een studie willen maken naar het middeleeuwse Noordwijk, nu volstond hij – in 1928 – met een overigens geëngageerd voorwoord in het boek “Noordwijk in de Loop der Eeuwen” van bakker Kloos uit de Douzastraat. En hij sprak zich nog uit over de vermeende heiligheid van Jeroen, maar die uitspraken werden in Noordwijk waarschijnlijk alleen door protestanten gehoord. De Grote Historicus P.J. Blok stierf op 24 oktober 1929 in zijn villa in Noordwijk (ik ga voorbij aan wat apocriefe meldingen dat hij in Leiden zijn laatste zucht heeft uitgeblazen).