pal2

De Noordwijkse beeldhouwster Charlotte van Pallandt moet de Haarlemse schilder Kees Verwey aan het eind van de jaren 50 van de vorige eeuw voor het eerst hebben ontmoet en de artistieke vonken sloegen onmiddellijk over. Ze herkenden in elkaar veel gemeenschappelijke visies en uitgangspunten en ook anderszins moeten ze behoefte hebben gehad aan een vertrouwd en stimulerend iemand in hun directe omgeving (Van Pallandt had kort daarvoor haar geliefde vriend Jonkheer Hugo Gevers van het landgoed Leeuwenhorst verloren). Van Pallandt zei het in een interview in Vrij Nederland in 1989 zo: “Dat ik Kees heb leren kennen, was mijn redding. Zijn talent, zijn inspiratie, zijn humor en wijsheid. Onze band is de kunst, maar dat niet alleen. Kees is voor mij vriend en kunstenaar.”

Hun vriendschap verdiepte zich snel. Verwey kwam regelmatig naar het Noordwijkse atelier van Van Pallandt waar ze het niet alleen bij woorden lieten: Van Pallandt beeldhouwde de kop van Verwey, Verwey op zijn beurt schilderde Van Pallandt, alles in dat kleine atelier aan de Gooweg in Noordwijk.

Ongemerkt maakten beiden daarmee een oude cirkel weer rond: de cirkel die Verwey in Noordwijk begonnen was, eindigde daar ook zo ongeveer: Kees Verwey was het neefje van Albert Verwey en al als kleine jongen vaak te logeren op ‘Villa Nova’.  Zelf zei hij daarover: ‘Als ik als jongen bij hem thuis kwam, in Villa Nova, dan ging hij met mij langs al zijn schilderijen (en daar waren Breitners bij, Derkinderens, Toorops, Isaac Israels en Karsens) en vertelde me er alles over. Waar ze vandaan kwamen, wie ze gemaakt hadden enz.’  Kees besloot al snel – daartoe aangemoedigd door zijn oom Albert én door zijn andere oom, de architect Berlage – zich op de schilderkunst te storten. En al even snel besloot hij om daar weer mee op te houden en zich met muziek, en vooral vioolmuziek bezig te houden.

Albert Verwey maakte zich daar zorgen om, getuige een brief aan zijn broer Chris (de vader van Kees) uit 1919: ‘Toevallig heb ik Vrijdag in Amsterdam Kees gesproken. Hij vertelde mij van zijn laatste beroepsverandering. Dat is natuurlijk een zot plan en zal als zoodanig zichzelf wel corrigeren. (…) Begreep ik Kees goed, dan laat jullie hem vooreerst zijn gang gaan, zonder daarom wat hij doet goed te vinden. (…) Komt er, wat, dunkt me, niet kan uitblijven, een reactie op de tegenwoordige anti-teekenstemming, dan krijgt hij allicht een ander inzicht en dan is het misschien nog mogelijk hem in zijn doen en laten te beïnvloeden. Zaterdag was Berlage hier en kon ik niet laten met hem erover te spreken. Hij was te allen tijde bereid te helpen (…). Hij zal je, eind van deze week, wanneer hij toch in Haarlem moet zijn, er wel over aanspreken. Ik denk evenwel dat, voor Kees zelf weer omslaat, er weinig te doen zal zijn.”

Het duurde even, maar Kees kwam zo terug van de dwalingen zijns weegs en zou een prominente plaats innemen in de Nederlandse schilderkunst van de 20e eeuw. Hij had de artistieke critici overigens wel erg dicht om zich heen. Niet alleen Albert Verwey en Berlage (die net de Villa Liesbeth in Noordwijk had gebouwd), maar bijvoorbeeld ook de kunstenaar Richard Roland Holst (getrouwd met Jetje van der Schalk van het Noordwijkse Lindenplein) probeerde de jonge Kees wel te inspireren:  ‘Bluf! Daar een hoopie bluf. Blijf van ’t vette krijt en dikke penseelen. Een dun hard potlood moet je nemen en dan nog eens probeeren te kwispelstaarten’.

Zo zat die hele Noordwijkse ‘scene’ hem wel erg dicht op zijn huid. Toen hij uiteindelijk naar Haarlem trok was dat even gedaan. Maar aan het einde van de jaren vijftig kwam hij er toch weer in Noordwijk terug: oom Albert lag toen al op het kerkhof aan de Oude Zeeweg en ook Berlage en de Roland Holsten hadden de kuierlatten genomen. Maar Charlotte van Pallandt was er nog en zou er ook nog even blijven, tot 1997 toen ze Verwey met twee jaar overleefd had  en op honderdjarige leeftijd stierf.

Max van Rooy (kleinzoon van Berlage!) schreef  samen met Feico Hoekstra een mooi boek over de vriendschap tussen Kees Verwey en Charlotte van Pallandt, onderlegger bij de tentoonstelling van hun beider werk. De tentoonstelling stond in 2007 in verschillende musea in het oosten des lands. Niet in Noordwijk helaas, waar Verwey en Van Pallandt opnieuw thuis hadden kunnen komen.