barbara

Anna Barbara van Meerten-Schilperoort werd in 1778 geboren in Voorburg en stierf – enigszins vermaard geworden – in Gouda in 1853. In 1794 trouwde ze met Hendrik van Meerten, predikant en schoolopziener en samen kregen ze 3 zoons en 3 dochters. Eén van die zonen zou nog assistent-resident te Natal/Ned.Indië worden en als zodanig de voorganger zijn van Eduard Douwes Dekker. In de Max Havelaar wordt deze Van Meerten een zeer bekwaam man, en de zoon der bekende schryfster van dien naam genoemd.

Anna Barbara was een gedreven type die in 1810 examen deed voor het onderwijzerschap en in Gouda alras een eigen meisjeskostschool opende, die zou uitgroeien tot een gerespecteerd (en duur) ‘instituut van opvoeding’. Ze verdiende er veel geld mee en kreeg nationale bekendheid als pedagoge en pleitbezorgster voor goed meisjesonderwijs. Ze schreef ook tal van boeken over het onderwijs aan meisjes, 90 in totaal en als ze gewild had, had ze dáár alleen al van kunnen leven. Ze toonde zich ook actief op andere terreinen. Meest tot de verbeelding sprekend was haar pionierswerk in het gevangeniswezen, waar ze (vrouwelijke) gevangenen bezocht, hen troostte, bijstond en ‘reclasseerde'(overigens zonder dat dat woord op dat moment al bestond).

Latere generaties bestempelden Anna Barbara Van Meerten-Schilperoort als een ware pionier van de vrouwenbeweging. In Gouda, waar haar ster het meest geschitterd had, werd ze “De Kroon van Gouda” genoemd en na haar dood kreeg ze van de stad haar eigen gedenkteken in de St.Janskerk met als opschrift: “Hulde aan Neerlands Kindervriendin”.

En waarom voeren we Anna Barbara nu op in een Blog over Noordwijk? Dat heeft an sich niet eens zo veel te maken met het feit dat zij haar schooljaren doorbracht aan het Franse meisjespensionaat van de dames Du Flos en Wägeli aan de Voorstraat in Noordwijk-Binnen. Belangrijker dan dat is de vraag hoe ze het daar had gevonden. Welnu, Anna Barbara Schilperoort vond het helemaal niks, want ze getuigde later dat het onderwijs aan dat Noordwijkse pensionaat ‘oppervlakkig en zeer gebrekkig’ was. Misschien vormde die ervaring wel de bron voor haar enorme inzet voor het meisjesonderwijs. Ze wilde het allemaal in ieder geval beter doen dan die 2 Franse joffers aan de Voorstraat in Noordwijk. Uit getuigenissen van tijdgenoten en historici is inmiddels genoegzaam gebleken dat ze in dat laatste zeer wel was geslaagd.

Over het pensionaat is verders – bij mij – weinig bekend. In de archieven van de gemeente Noordwijk zit nog een wat kruiperig briefje van juffrouw Du Flos aan de Hoog Eedele welgeb. vrouwe, vrouwe Baronnesse douairière Van der Does, vrouwe van beijde de Noordwijken Langevelt en Offem etc. etc. etc. met het verzoek of ze haar Fransch kostschool voor jonge juffers mocht continueren. Dat was in 1757, zo’n jaar of 30 vóórdat Anna Barbara Schilperoort  door de voordeur naar binnen zou komen, dus die continuering zal door Douairière Does wel zijn toegestaan.

Van de dames Du Flos en Wägeli is nog bekend dat ze veel bivakkeerden in kringen rond Betje Wolff en Aagje Deken en ook Elizabeth Maria Post. Dat waren kringen waarin de damesliefde nooit ver weg is geweest, maar dat was overigens geen probleem: volgens Maaike Meijer (Vrome en geleerde hartsvriendinnen in de achttiende eeuw in Nederland) lijkt de vrouwenliefde in die tijd al zeer geaccepteerd en was zij niet revolutionair of baanbrekend in de toenmalige ‘vrouwelijkheidskonstruktie’

Anna Barbara Schilperoort dweepte wel met boeken van de dames Wolff en Deken, maar heeft hen – voor zo ver bekend – nooit ontmoet. De vrouwenliefde is ze blijkbaar ook nooit toegedaan geweest, tenzij men haar grote inzet voor het onderwijs aan jonge meisjes ook als een vorm van vrouwenliefde wil zien.

barbara2