Rond 1913 had Palace nog geen terras. Je liep er vlak langs de gevel, onder de overhangende markiezen door. In de jaren dertig was dat al weer anders: toen had de directie blijkbaar al een strook trottoir van de gemeente overgenomen om er zijn clientèle ook buiten de deur van eten en drinken te kunnen voorzien. Alle ruimte moest worden benut, alle gaten gevuld. De terrassen zouden een groot succes blijken, ze zaten in mijn herinnering bij ook maar het kleinste vleugje zon bom- en bomvol. Nu is er op die plek alléén maar een terras. En er wordt niet meer bediend. Hotel Palace lijkt te zijn opgegaan in de ruimte die ze zichzelf vanaf de jaren dertig toeëigende. Hotel Palace, één van de mooiste, meest stralende sterren langs de Nederlandse kust, is geïmplodeerd en verdwenen in het Zwarte Gat dat het zelf creëerde: het Gat van Palace (met dank aan L.).
De Rest 18: Het Terras
