fotoAlfred Schäffer (‘Lieber Fred’) was bewaker in de kliniek voor huidziekten in Zürich. Zo staat het in de adressering op de kaart die Alwin Höhne op 23 augustus 1939 aan hem schreef vanuit het Oranje Hotel in Noordwijk aan Zee: Lieber Fred, Du wirst wohl bereits von Walter erfahren haben , daß ich hier bin. Wetter und Verpflegung ist (!) ausgezeichnet, doch es fehlt mir Deine und Walters Gesellschaft recht sehr. Hier kann ich keinen Anschlüss finden, da muβ ich schon nach Amsterdam gehen. Mit herzlichen Grüße. Dein Alwin Höhne.

Alfred was dus bewaker van een kliniek in Zürich, maar wie Alwin was en wie Walter was blijft allemaal in het midden. Een vergelijking met twee onbekenden valt volgens mij niet op te lossen in de wiskunde, maar misschien wel (een beetje) in deze correspondentie.

Alwin kon blijkbaar geen Anschlüss vinden in Noordwijk, geen aanspraak, geen kennissen. Daarvoor moest hij – naar eigen zeggen – naar Amsterdam. Dat klinkt vreemd, want waarom zou je in Amsterdam wel en in Noordwijk niet iemand aardigs tegen kunnen komen? Sterker nog: misschien wonen er in Noordwijk wel veel aardiger mensen dan in Amsterdam. Maar Alwin was niet zozeer op zoek naar minder of meer aardige mensen. Alwin was op zoek naar speciale mensen. Alwin schrijft aan Alfred dat hij zijn en Walters gezelschap ernstig mist. Waarom schrijft hij niet dat hij Gretha mist, Liesl of Gitta?

Ik vermoed dat Alwin eigenlijk de Heerenliefde was toegedaan. Het verklaart een beetje Alwins eenzaamheid, want het moet hem al snel duidelijk geworden zijn dat er van de heerenliefde in Noordwijk – in ieder geval toen – niet ostentatief veel te vinden was. In Amsterdam moet het ook toen al gemakkelijker zijn geweest om homoseksuele contacten te vinden, vandaar de verwijzing naar die stad en niet naar Leiden of Den Haag, laat staan Katwijk.

Helemaal uit Zwitserland (of Duitsland) naar Noordwijk gekomen, Walter en Alfred achterlatend, in de hoop dat …. En dan niemand vinden. In Noordwijk waren blijkbaar alleen kwasi-opgewonden Dirndls aanwezig, gewillig poserend voor Im Weißen Rößl. Maar daar had Alwin – die blijkbaar in het naastgelegen Oranje Hotel een kamer had geboekt – niet zo veel aan. Dat hij uitgerekend toch een kaart stuurde van deze wel erg feminale pin-up in een koket Tiroler jurkje heeft tegen deze achtergrond iets cynisch en zo zal Alwin het ongetwijfeld ook hebben bedoeld.