fotoAls er al een verhaal te vertellen valt over Noordwijk, dan is dat het verhaal van de villa’s en van de hotels, waarachter de namen van veel architecten en ook van veel verbeelding schuilgaan. Over sommige van die hotels en villa’s heb ik al eerder geschreven, ook – en misschien wel vooral – over die hotels en villa’s die inmiddels al weer zijn afgebroken, alsof je de namen van architecten, alsof je de verbeelding zomaar kunt uitwissen. Misschien wel een van de mooiste villa’s was Villa Stirum, genoemd naar degene die opdracht gaf tot de bouw ervan, mr. Henrik Graaf van Limburg Stirum, burgemeester van Noordwijk van 1885 tot 1890.

Adellijk als hij was, moet hij goed in de slappe was gezeten hebben (van een burgemeestersloon alleen kon dit natuurlijk niet). En – adellijk als hij was – moet hij ook beschikt hebben over een goede smaak. Dat laatste komt misschien nog meer tot uiting in de aanleg van de tuin om de villa heen, dan in de villa zelf. Wie de architect was van dit monumentale woonhuis is mij niet bekend. Het werd gebouwd in 1884 en het stond op een plek halverwege het duin dat afliep naar Noordwijk-Binnen aan wat later de Prins Hendrikweg zou gaan heten.

De Van Stirums hebben het er niet lang uitgehouden. De villa werd in 1899 als zomerverblijf gekocht door Louis Dobbelmann, ex-strijder in de Amerikaanse Burgeroorlog en inmiddels opgeklommen tot tabaksfabrikant te Rotterdam en geacht internationaal windhondenkenner. Ik heb eerder over hem een stukje geschreven. Dobbelman en zijn latere weduwe Sophie von Weise (Louis stierf al in 1901) verwierven zo ongeveer alle achterliggende duinenrijen, zo veel dat het hele duingebied inmiddels (en nog steeds) naar Louis Dobbelmann vernoemd werd en zij lieten de boel daarna enigszins verwaarloosd achter.

Laatstelijk bekend (althans bij mij) was dat de villa overging in handen van de lokale notaris Pasma, die het hele complex weer een danige facelift gaf, ook al is de sfeer van toen, die ook zo spreekt uit bijgaande foto, nooit meer getroffen (de tuin bleef schitterend, dat wel). Er is daar nog de anekdote die ik me herinner: op een nacht was in de bosjes recht tegenover de villa plotseling een mooie open plek ontstaan, zo mooi dat Pasma vanuit zijn leunstoel ongebreideld uitzicht kreeg op Noordwijk-Binnen en op de daarom heen gedrapeerde tulpen- en hyacinthenvelden. Volgens Pasma hadden de kabouters dat gedaan (hij moet de enige in het dorp geweest zijn die nog in kabouters geloofde). Het zal wel niet zo geweest zijn dat deze notabele himself ’s nachts met de kettingzaag in de weer is geweest, maar uiteindelijk scheen het dat Pasma er wel mee van doen had gehad. Naar verluidt zou hij om zijn betrokkenheid, zo niet opdrachtgeverschap een boete hebben gekregen van koddebeierende Noordwijkse bestuurders. Maar de boete zal niet hoog geweest zijn, daarvoor kwamen bestuurderen en notarissen elkaar te veel tegen bij het Jorisdoelen, bij de Rotary of bij wat dies meer zij. Als je goed kijkt zullen de sporen van het notariële natuurgeweld ongetwijfeld nog steeds zichtbaar zijn.