"Het Gat van Palace" is in Noordwijk inmiddels een ingeburgerd begrip. Het is een plek geworden waar volgens internet motorclubs zich verzamelen, popgroepen optreden, kermissen worden gehouden en soms wordt geschaatst. Maar het Gat van Palace is niet meer of minder dan het faillissement van een openbaar bestuur dat na 10 december 1978 toen het oude Palace Hotel afbrandde niet bij machte was om het mooiste landmark dat Noordwijk ooit bezat te laten herbouwen (zoals de latere Witte School) of er een ander mooi en beeldbepalend monument voor in de plaats te zetten (zoals Huis ter Duin). Tennisbanen die verdwenen zijn uit de kern van het dorp, historische villa’s die met toestemming van het gemeente-bestuur mochten worden ingeruild voor opeengestapelde misbakselstenen (de afbraak van Villa Nova als onbetwist dieptepunt). Alle allure uit het dorp laten wegvloeien in de veronderstelling dat goedkope boetieks, patattenten en plat vermaak de toekomst hadden. Een TROS-dorp. Iemand die eerder op mijn blog reageerde schreef: "De afbraak van de tennisbanen is in mijn ogen een van de vele grote misdaden die in Noordwijk gepleegd is (naast het huis van Verwey, de Noord-Boulevard etc. etc.)." De fysieke afbraak van de oude badplaats haalt het overigens niet bij de liefdeloosheid en het gebrek aan historische besef, die uiteindelijk ook leidden tot het verdwijnen van de vele ‘lieux de mémoires’, en uiteindelijk wellicht straks ook tot het verdwijnen van die herinnering zelf. Tegen die achtergrond is "Het Gat van Palace" wat mij betreft een peilloos diep gat, ook al ziet het daar op het eerste gezicht niet zo naar uit.
Toch was er al een ander gat ooit, niet óp, maar náást dezelfde plek. Waar de boulevard vroeger doorliep tot aan Huis ter Duin stonden nog een hotel en een café restaurant, lekker dicht tegen het strand aan. Het Oranjehotel (kleinschaliger, maar smaakvoller dan het huidige) en Café Rietmeijer, een kroeg waar de autochtone Noordwijker op een mooie zondagmiddag zo maar kon aanschuiven bij een exoot van een badgast of een exoot als Prins Hendrik (want die kwam daar regelmatig langs). Het hotel en het café zijn verdwenen en er is ook een gat voor in de plaats gekomen, dat ook nog steeds niet is opgevuld. Het heet niet "Het Gat van Oranje" of "Het Gat van Café Rietmeijer" Het heet "Parkeerterrein" en het is jammer genoeg nog ingeburgerder dan het aanpalende Gat van Palace. Het wachten is op het "Gat van De Blauwe Gans" en dan gaan we net zo lang door tot we aan de Vuurtoren zijn. "Dan dooft het licht", dichtte H.M. van Randwijk.
ToeToegift 32: Het Gat, Het Landmark en Het Dovende Licht
