foto

Op de foto van links naar rechts drie schippers van de Noordwijkse reddings-boot: Van Kan, Van der Niet en Van der Berg, van wie ik alleen de laatste wel eens heb zien uitvaren, al was het dan bij wijze van oefening. Allemaal ‘vannen’, maar dat zal wel toeval geweest zijn.

Van alle drie was Jan van Kan misschien wel de moedigste en de beste en Van der Niet in ieder geval de lastigste. Als ik tenminste Thijs Booij, de ‘vader van de Koninklijke Noord- en Zuidhollandsche Reddings Maatschappij’  mag geloven:

Schipper Van der Niet is eens razend op me geweest omdat ik hem geen toestemming gaf mee te gaan als passagier met de nieuwe schipper C. van den Berg. Van der Niet was een lastig heer – ijdel. Hij schold mij uit voor ‘Dictator van het Reddingwezen ‘ Maar Noordwijk is station van Jan van Kan geweest, een hoofdstuk apart. Jan van Kan die als jeugdige smidsjongen al heeft gered en later in de roeireddingboot medailles heeft verdiend. In november 1919 toen de KW 47 bij Noordwijk strandde sloeg de roeireddingboot om (met 2 zoons van Van Kan a/b). Drie roeiers verdronken. Een volgende reddingspoging met J. van Kan aan het roer lukte.

Jan van Kan had een smederij annex garage bedrijf aan de kop van de Hoofdstraat en De Grent. Daarnaast – en vooral – was hij schipper op de Noordwijkse reddingsboot. Een onversaagde man die letterlijk geen zee te hoog ging en veel eer en heroiek voor de NZHRM inlegde. Volgens voornoemde Booij was dat ook de reden waarom de voorzitter van de NZHRM,Tegelberg,  in 1936 toen het “Garagebedrijf en Magazijn N.V. Jan van Kan” op de rand van faillissement stond en de Twentsche Bank de f.40.000,- hypotheek eiste, van oordeel was dat de NZHRM deze hypotheek moest overnemen. Groot risico natuurlijk en er was ook wel wat gemurmureer in de bestuursvergadering, aldus Booij,  maar wat Tegelberg in z’n hoofd had gebeurde als regel. Booij werd tot Commissaris van de N.V. Jan van Kan benoemd om toezicht te houden en de Redder was gered.

Na omstreeks 20 jaar kon de hypotheek worden afgelost, de zaak ging steeds beter en groeide uit tot wat later in Noordwijk met wat al te veel overdaad werd aangeduid als “Warenhuis Van Kan.” Later werd het zo’n Intertoys-speelgoedwinkel waar plastic strandschepjes werden verkocht (Van Kan verkocht nog van die blauwe ijzeren, waarmee Noordwijkse kinderen nogal eens graag een kwal wilden klieven) en ander lichtgewicht speelgoed, waar kinderen van vandaag de dag simpelweg hun bleekneus voor ophalen.

Wordt vervolgd