fotoDe eerste wedstrijd tegen RBC Roosendaal waaruit dit beeld, had ik nog met eigen ogen mogen aanschouwen. Het werd 2-0 voor Noordwijk en de krant kende dit doelpunt toe aan Albert Spaanderman, terwijl dat volgens mij die onvergetelijke flankspeler Jan-Willem Bogers was. Maar de uitwedstrijd ging met 3-1 verloren en een beslissingswedstrijd kon pas in augustus worden gespeeld.

Daar kon ik niet op wachten en ik ging op vakantie, met vrienden in een oude Ford Taunus via Frankrijk, Italie, Oostenrijk en Tsjechoslowakije naar Duitsland. De beslissingswedstrijd – dat had ik in mijn hoofd geprent – zou op een donderdagavond worden gespeeld en ik mikte erop dat ik die zaterdag in Muenchen wel een krant kon scoren waarin de definitieve uitslag stond vermeld (er waren in 1973 nog geen mobiele telefoons of internet-achtige voorzieningen). In Muenchen kocht ik de Telegraaf van vrijdag op het Hauptbahnhof, klemde hem ongezien onder mijn arm en begaf me met genoemde vrienden en genoemde Ford Taunus naar het Olympiastadion voor de wedstrijd Bauern Muenchen tegen Duesseldorf. Het werd 3-1 voor Bayern, ik genoot van Beckenbauer en Mueller en Hoennes en Maier en Breitner (ik zou ze een jaar later hartgrondig vervloeken tot diep in de Duitse duisternissen). Na de wedstrijd werd er op het scorebord een personeelsadvertentie geprojecteerd voor iemand die het scorebord kon bedienen (" Gutes Gebuehr"). Ik overwoog nog even, want bedacht me dat ik over een jaar wel een hele mooie ereplaats zou bezitten im Stadion, maar bedacht ook de lieve vriendin, thuis in Leiden en de keuze was op dat moment makkelijk genoeg. Ik schafte mij een reusachtige bier aan in het stadion dat nu langzaam aan het leeglopen was. Ik stak een sigaret op, nam een flinke teug en sloeg toen de krant open: NOORDWIJK WAS KAMPIOEN GEWORDEN. Mijn vrienden hadden niks met de v.v. Noordwijk, maar wel met mijn studiebeurs en we hebben het die avond in Muenchen – op mijn kosten – niet meer droog gehouden.

Jaren later deed ik nog eens mee met het veteranenteam van UDO uit Oegstgeest, bestaande uit afgedankte, want inmiddels afgestudeerde spelers van de aloude Leidsche Studenten Voetbal Vereeniging (LSVV). We speelden tegen Noordwijk 10 of 11 of 12, het leek niet interessant. Maar we werden vierkant weggetikt door Kees Karstens, Ruud Broering en Albert Spaanderman. Allemaal jongens die ik toen, in 1973, zo uitgebreid gefeteerd had  in een bijna verlaten Olympiastadion in Muenchen, met veel sentiment en met veel gelukzaligheid en met veel bier en met veel tranen in mijn ogen.