zeekaak

Om de een of andere reden was er een gewoonte van gemaakt. Dat je in de 6e klas van de RK Jongensschool in Binnen tussen de middag altijd wat te snoepen kocht en dat je dan ’s middags alle moeite moest doen om het tijdens de les ongemerkt naar binnen te werken. Bij Sistermans lukte dat maar zelden, de man ging op zijn instincten af. Niet op zijn gehoor, want hij was wat doverig aangelegd. Maar zeekaak hattie direct in de smiezen. Zeekaak was niet anders naar binnen te werken dan onder luid geknap en geknars, zo hard was het. Wat groot uitgevallen kaakjes, die in het verre verleden dienden als noodrantsoen op schepen. Omdat het niet kon bederven of uitdrogen was het uitermate geschikt voor de lange reizen op zee. Met de komst van snellere boten en de koelkast raakte de zeekaak allengs in de vergetelheid.

Wij kochten ze bij Beuk op de hoek van de Kerkstraat en de Bronckhorststraat, waar ze midden in de winkel opgetast lagen in een ijzeren mand. In mijn herinnering kostten ze 2 cent per stuk, geld dat we verdienden met het gelijktijdig inleveren van een van thuis gejatte statiegeldfles. Jaren nadien – in Leiden – vertelde Ruud dat zijn opa  – als hij in Katwijk was geweest – altijd zeekaak meenam voor zijn kleinkinderen. Oneetbaar heerlijk voedsel, er zat geen smaak aan en je beet je tanden er op kapot. Maar Ruud en ik raakten prompt verstikt in heimweeen naar deze jeugdbelevenis die al bijna uit ons onderbewuste was weggewist. Ruud belde nauwelijks een paar weken later met de opgewonden mededeling dat de dames Matze op de Hogewoerd (hoek Kraaienstraat) ze hadden. Ze stonden er in precies dezelfde ijzeren mand als indertijd bij Beuk in Noordwijk en ze waren per stuk maar 3 cent duurder geworden want ik kocht er 2 voor een dubbeltje. En ze waren nog steeds niet te eten.

Recept? Tarwebloem, wat water, suiker en een héél klein beetje zout.