fotoMax Liebermann werd op 20 juli 1847 in Berlijn geboren als zoon van een welgestelde joodse textielfabrikant. Na zijn opleiding aan de academie van Weimar verbleef hij enige tijd in Parijs en München. Hij maakte vanaf de jaren ´70 van de 19de eeuw Nederland tot zijn tweede vaderland, waar hij circa veertig jaar lang de zomermaanden doorbracht. Hij was vaak in Noordwijk (woonde hij er ook?) en legde talloze strandtaferelen vast (er moeten hele reeksen zijn onder de titel "Strand te Noordwijk"). Maar hij schilderde ook veel in Katwijk, in Leiden (de hofjes), Den Haag en Scheveningen. 

In Nederland ontmoette hij talloze latere kunstenaarsvrienden en collega´s, zoals August Allebé, George Breitner, Jozef en Isaac Israëls, Jacob en Willem Maris, Anton Mauve, Jan Toorop en Jan Veth; een Europees cultureel netwerk in een periode van opkomend nationalisme. Daarnaast was ook Vincent van Gogh zeer geïnteresseerd in Liebermanns werk (en vice versa) al hebben zij elkaar nooit persoonlijk leren kennen (Liebermann vond Van Gogh als persoon een "zeer onaangenaam tijdgenoot" en hij wist hem eens bewust te ontlopen in een Parijs’ café).  Nadat hij in 1899 voorzitter van de Berliner Secession was geworden, nodigde Liebermann zijn vrienden regelmatig uit om deel te nemen aan de tentoonstellingen van deze belangrijke vereniging. De uitbraak van de Eerste Wereldoorlog maakte een abrupt einde aan zijn reizen.

Vanaf 1920 was Liebermann tevens voorzitter van de Pruisische Academie in Berlijn. Bovendien was hij een geliefd portretschilder en kreeg hij opdrachten van onder meer rijkspresident Paul von Hindenburg. Toen echter in 1933 de nationaalsocialisten aan de macht kwamen en de jodenvervolging begon, legde hij noodgedwongen zijn functie van erevoorzitter van de academie neer. De laatste jaren van zijn leven bracht hij teruggetrokken en verbitterd door in Berlijn, waar hij op 8 februari 1935 stierf. Hij werd begraven op de Joodse Begraafplaats in Prenslauerberg. Naar verluidt zag de Gestapo er op toe dat er zo min mogelijk aandacht naar de begrafenis uitging, laat staan dat veel mensen de kans kregen hem de laatste eer te bewijzen.