BLOGnoordwijk

Jan Kloosprijs 2014

Blog10283: (K)loos Alarm

kloos alarm

In 1813 kwam een einde aan de Franse overheersing van de Hollandsche departementen. Er werd op 17 november 1813 een driemanschap gevormd dat tijdelijk moest voorzien in enigerlei vorm van regering. Het driemanschap bestond uit Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum. De Franse gezaghebber op dat moment, Charles-François Lebrun, had samen met een belangrijk deel van de Franse troepen halsoverkop het gebied van het latere Nederland verlaten. Dit Driemanschap vaardigde op 20 november 1813 in Den Haag de proclamatie uit waarin het het algemeen bestuur ter hand nam. De volgende dag volgde een proclamatie waarin een Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden werd uitgeroepen, met de kennisgeving dat er een “Algemeen Bestuur der Vereenigde Nederlanden is, in naam van de Prins van Oranje” en dat “alle landgenoten worden ontslagen van hun eed van trouw aan de Keizer der Fransen”. De drie staatslieden nodigden de in Nederland vrijwel vergeten Prins van Oranje, de latere Koning Willem I der Nederlanden, per brief uit om naar ‘s-Gravenhage te komen en als “soeverein vorst” de regering op zich te nemen, teneinde zo een anarchie te voorkomen. De internationale erkenning van Willem I als vorst kwam echter pas tot stand bij het Congres van Wenen in 1815. Willem aanvaardde hun uitnodiging en een Engels fregat bracht hem naar de kust van Scheveningen waar hij op 30 november 1813 voet op Nederlandse bodem zette. Op 1 december werd Willem tot soeverein vorst uitgeroepen, wat op 2 december door hem werd aanvaard.

Ondertussen was waakzaamheid geboden en één van de leden van het Driemanschap riep op 22 november 1813 alles en iedereen op zich te weer te stellen tegen de eventuele koppigheid van achtergebleven Franse garnizoenen en tegen mogelijke aanvallen van die kant.

Ook Noordwijkers wrden opgeroepen waakzaam te zijn en – in geval van dreiging – de kerkklokken te doen ‘kleppen’. Voorts moest men zich alvast maar bij voorbaat bewapenen met ‘stokken, pieken, knuppels, hooyvorken en ganzenroeren’ (whatever that may be). Het bleek achteraf allemaal (k)loos alarm, gelukkig maar. Ik had het mijn betovergrootvaderen niet toegewenscht om met een ‘ganzenroer’ vileine Franse soldaten te lijuf te gaan. Ze hadden het vast verloren.  Historicus, annex warme bakker J. Kloos noteerde het allemaal in het Leidsch Jaarboekje van 1916.

NOTA BENE Ik heb nog even opgezocht wat een ganzenroer nou precies was of is. De Wikipedia brengt als altijd uitkomst:

Een ganzenroer of vletbuks (Engels: Fowling piece) is een extreem groot of lang hagelgeweer uit de 19e eeuw ontworpen om op watervogels te jagen. De geweren variëren in grootte, de grootste zijn langer dan 4 meter, hebben een kaliber van meer dan 5 cm en kunnen ongeveer een halve kilogram hagel verschieten. Het geweer is zo groot om in een keer een grote groep vogels te raken terwijl ze in het water dobberen. Het werd zowel gebruikt bij de commerciële als de sportieve jacht. Ondanks dat in een keer een grote groep vogels gedood werd, werd de jacht met een ganzenroer toch als eervol gezien omdat een jager vaak een hele dag met zijn vlet in de modder moest liggen voordat hij de plek gevonden had waarvan hij het beste kon schieten. Wanneer zijn schot mis was moest hij terug naar de wal om te herladen en waren de vogels waarschijnlijk gevlogen.

De Wikipedia drukt er ook een foto bij af (de betreffende jager heeft met Noordwijk of enigerlei betovergrootvader niks van doen):

ganzeroer