
Op 7 februari a.s. viert mijn Alma Mater, de Leidse Universiteit haar 450 jarig bestaan. En aan dat bestaan zit ook een Noordwijks tintje. Niet alleen dat ik er aan heb mogen doorleren (net zoals vele andere Noordwijkers vóór en na mij), maar vooral omdat het een Noordwijker was die nauw bij de stichting van de universiteit betrokken was.
Janus Dousa, in Noordwijk meer bekend als Jan van der Does (Noordwijk, 5 december 1545 – Noordwijk, 8 oktober 1604), was Heer van Noordwijk en Kattendijke en onder meer bevelhebber tijdens het Spaanse Beleg van Leiden. Nadat Jan van der Does de Spanjool in 1574 op de vlucht had gejaagd, maakte hij van zijn nieuw verworven heldendom subiet gebruik door Willem van Oranje een heuse universiteit af te troggelen voor de stad Leiden. Dat sloot goed aan bij zijn andere hoedanigheid van dichter en filoloog. Hij werd in 1575 bij de stichting van de universiteit prompt ook de eerste curator en – puttend uit zijn netwerk – haalde hij tal van wetenschappers naar de stad, hetgeen de Leidse Universiteit al vrij snel tot een gerenommeerd wetenschappelijk instituut maakte in gansch Europa.
De lijfspreuk van de universiteit (‘Praesidium Libertatis’ = ‘Bolwerk van de Vrijheid’) is er in latere tijden opgeplakt, want aanvankelijk was die ‘vrijheid’ relatief: het was van oorsprong een protestantse universiteit, maar dat protestantse hebben we er inmiddels wel uitgekregen. Hoewel wijlen professor Anton Zijderveld, door mij altijd hoog gerespecteerd en gewaardeerd, hardnekkig bleef spreken over de Lutherse Universiteit Leiden. Het zij zo: Zijderveld doceerde zelf aan de Katholieke Universiteit Tilburg.
