De Jan Zwanenbrug over de Maandagsche Watering werd eind 1944 door de Duitsers in de prakpoeier geschoten, omdat men bang was dat de Geallieerden er gebruik van zouden maken. De brug vormde natuurlijk een belangrijke (tram-)  verbinding tussen Noordwijk en Leiden, maar die verbinding was dus ook kort na de oorlog nog steeds gestremd. Er moest geïmproviseerd worden en dat deed het Noordwijkse gemeentebestuur met verve: als je met de tram of bus kwam aanrijden of als je Noordwijker was, mocht je gratis oversteken. Voor alle anderen – in het bijzonder waarschijnlijk Kattekers, Rijnsburgers en Leienaren – was de overtocht een prijzige aangelegenheid.