
“De Anna” was een fabriek voor verduurzaamde levensmiddelen, zeg maar: een conservenfabriek. Wouter Blokhuis had de fabriek opgericht en vernoemd naar zijn moeder. Lange tijd ging het goed, vooral dankzij de vele opdrachten die hij kreeg van het leger. Zo ook in oktober 1892, toen De Anna een bestelling ontving van het ministerie van Koloniën ten behoeve van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL): 90.000 liter volksspijs. Je zou vandaag de dag denken dat ‘spijs’ vooral een ingrediënt was krentenbrood of van banket- dan wel speculaasstaven. Maar in die dagen werd in Nederlandsch-Indië onder ‘volksspijs’ verstaan blikken met wortelen, uien en aardappelen, of met zuurkool en aardappelen, of met snijbonen en aardappelen. Of met boerenkool.
Ik kan me niet voorstellen om dit soort van ingeblikte stamppotten te nuttigen onder een hete tropenzon. Maar ach, de blikken kwamen uit Noordwijk. Dat maakte een hoop goed.
Hoe of dat zo’n blik met volksspijs er dan uitzag? Nou bijvoorbeeld zo (in dit geval knolrapen voor 3 man):


Zoiets als rats kuch en bonen, waar weinig tot niets is eet je graag je eigen stamppotten, voedzamer dan rijst 🤗
Mijn ome Free liet dagboeken na over zijn tijd in Indië (1910-1922). Het was een heel gepuzzel om zijn krabbels met potlood na honderd jaar nog te ontcijferen. Ik heb alles uitgetypt en in laten binden tot een boek. Achterin heb ik een verklarende woordenlijst opgenomen, maar het viel niet mee alle woorden te vinden. Uiteindelijk bleef alleen het woord ‘volksspijs’ over. Omdat hij bij de vivres (levensmiddelen) sprak over rijst, wortelen, erwten, aardappelen e.d. kon ik niet achter de samenstelling van volksspijs komen. Het boven afgebeelde bericht had ik ook gevonden, maar hierin wordt niet vermeld wat het precies inhoudt. Door jouw verklaring kan ik nu ook dit woord als laatste toevoegen in mijn woordenlijst, waarvoor dank!
🙂