
Het hotel was klein begonnen, maar op enig moment moeten de zaken zo goed zijn gegaan dat Van Ruiten er een verbouwinkie tegenaan gooide. En wat voor één. Niets bleef er meer overeind, behalve – gelukkig – die schitterende serre. De rest van het gebouw kreeg uitstraling en grandeur met die kwasi granieten blokken aan de buitenkant, een ruimere bovenverdieping en een prachtig torentje als kers op de slagroom.
Waarom op de bovenste foto de vlaggen bij Van Ruiten halfstok hingen en bij de Duitse buurman Poensgen niet, dat is weer zo’n vraag waarop we het antwoord helaas niet weten.

zijn geliefde was plots overleden op zeer jonge leeftijd…
Als je de sfeer en de bouwsels aanschouwt,is t toch een vervlakkende tekortkoming dat zoiets in moderne lijnen nooit na t conflict zijn herbouwd,uiteindelijk is t daar ergens begonnen en t lijkt er op dat ze daar weer willen eindigen in ieder geval t water probleem schijnen ze nog steeds mee bezig te wezen.