
Op 1 januari 1900 – het begin van een nieuwe eeuw – was er een groot aantal middenstanders dat hun clientèle de beste wensen wilde meegeven voor het nieuwe jaar. Dat was wat bescheiden, zou ik zeggen, want het ging niet zo maar om een nieuw jaar, het ging om een nieuwe EEUW!. En met het oog op die nieuwe, twintigste eeuw, kon de goegemeente in de regio Leiden, c.q. in Nederland, c.q. in de hele wereld in retrospectief wel wat goede wensen gebruiken.
Er waren ook Noordwijkse middenstanders die zich in de lange rij van gelukwensen zagen opgenomen. En allemaal kwamen ze met dat nieuwe JAAR aankakken. Alleen badman Pieter Bedijn hield zich kwa tijdspanne op de vlakte. Die beperkte zich tot een ‘hartelijke gelukwensch’ en daarmee moesten zijn ‘vrienden en bekenden’ het een hele eeuw lang mee doen.
