
De kaart laat de pensions zien die Gijs van Parijs exploiteerde aan de Zuidboulevard. Maar daar gaat het nu niet over. Nu gaat het over de mededelingen van Gijs himself, op de achterkant van de kaart geschreven en gericht aan Mr. Theyse te Haarlem:
Weled. Heer, hiermee bericht ik U, dat de zaak R.J. de Groot contra J.H. den Haan is ingetrokken. Hoogachtend, G.J.G van Parijs.
Ik probeer na te gaan om wat voor zaak het hier nu eigenlijk ging, maar mijn naspeuringen lopen dood. Ik weet dat Van Parijs en De groot grote gezamenlijke belangen hadden (Van Parijs had molenaar De Groot ertoe aangezet schelpen te gaan malen ten behoeve van Van Parijs’ kippenfarm Diana en hij had hem daartoe zelfs een stuk grond geleverd aan het Westeinde). En J.H. den Haan had een bedrijf in zaden, levende have en andere land- en veeteeltprodukten in Rijnsburg. Het zal gemakkelijk gegaan kunnen zijn om het leveren (of: het niet-leveren) van produkten van De Groot aan Den Haan. Maar wat Van Parijs dáár dan weer mee van doen had? Van Parijs was goed gebekt en een notabele in zijn eigen soort (gemeenteraad, pensionhouder, kippenboer, Oranjevereniging) en misschien trad hij op als belangenbehartiger voor De Groot?
Nota Bene Melanie meldt een bijzonderheid: J.H. den Haan blijkt een zwager geweest te zijn van Gijs van Parijs. Van Parijs was getrouwd met diens zus, Ida Diewertje den Haan. Ze trouwden op 30 november 1899 in Oegstgeest. Tegen deze achtergrond lijkt het vermoeden gerechtvaardigd dat Gijs – met zijn belangen in het bedrijf van R.J. de Groot – als bemiddelaar optrad in een zakelijk conflict tussen De Groot en Den Haan. Gijs had er simpelweg een belang bij om beide heren te vriend te houden, enerzijds om zijn zakelijke belangen niet in de waagschaal te stellen en anderzijds om de lieve vrede in de familie te bewaren.
Waar het conflict over ging blijft onduidelijk, maar Gijs was blijkbaar ook als ‘mediator’ uiterst succesvol.

JH den Haan heeft nog borg gestaan bij het faillesement. Van Gijs van Parijs t.b.v zijn zuster Ida
Gijs v P was een opschepper ,hij sloeg op zijn geldbuidel en zei dan : Daar kan ik de duivel laten dansen “
Gijs v P had een dochter die heette Ida Sophie van Parijs en kwam ook bij Den Haan in de Kerkstraat in Rijnsburg