
Blijkbaar verkeerde men in Noordwijk in 1935 in de veronderstelling dat de badplaats Noordwijk 50 jaar bestond. Dat zou het ontstaan van de badplaats terugvoeren tot het jaar 1885, denkelijk met de oprichting van de Maatschappij tot Ontwikkeling van de Duingronden of iets daaromtrent. In ieder geval niet tot het jaar 1866, wat in 2016 geldt als uitgangspunt voor de feestelijkheden bij het 150-jarig bestaan. Hoe dan ook.
Toenmalig burgemeester Van den Mortel sprak op 1 maart 1935 bij de vieringen in Royal aan de Voorstraat gedenkwaardige woorden en wel om verschillende redenen.
Allereerst voorspelde hij dat Noordwijk rond het jaar 2000 één van de schoonste plaatsen van Europa zou worden genoemd. En ook: dat dan levende Noordwijkers zich zouden kunnen verpozen in de schaduw van eeuwenoude dennen. Nu kan in 1935 de wens de vader van de gedachte zijn geweest, maar in het jaar 2000 heb ik niemand horen roepen dat Noordwijk tot de schoonste plaatsen van Europa behoorde en van die ‘eeuwenoude dennen’ kwam in 2000 ook niets meer terecht, simpelweg omdat die dennen – die overigens nauwelijks één eeuw eerder waren geplant – allang weer verdwenen waren door toedoen van de zgn. dennenscheerder. De dennenscheerder (of: tomicus piniperda, maar ook wel blastophagus piniperda genoemd) is een diertje dat tot de snuitkeverigen behoort en er een naargeestig genoegen in stelt om dennenbomen net zo lang aan te vreten tot de dood er op volgt (de dood van de boom, niet van de kever)).
Terug naar burgemeester Van den Mortel: die legde intussen een bom onder de feestavond met de vrijwel retorische vraag of die datum van 1885 eigenlijk wel klopte. Met een wat meer vooruitziende blik als daarnet predikte hij dat latere generaties nog wel eens op 1866 zouden kunnen uitkomen als geboortejaar van de badplaats. Waarbij hij overigens een niet irrelevant onderscheid maakte tussen badplaats en badbedrijf: dat laatste ontstond al in 1866 met die hele badkoetserij van Knijn en Bedijn, maar de badplaats ontstond wellicht pas met de komst van Huis ter Duin, stoomtram en een eigen ontwikkelingsmaatschappij (en toen schreven we al 1885). Enfin.
Van den Mortel prees eveneens de komst van de tram ‘die Noordwijk uit zijn isolement verloste.’ Volgende vraag (wat mij betreft ook retorisch) is of met het verdwijnen van de tram aan het begin van de Jaren Zestig van de vorige eeuw Noordwijk weer in zijn isolement werd teruggeduwd?
Tenslotte prees Van den Mortel niet ten onrechte de betekenis die Adriaan Dorsman in deze hele periode heeft gehad met zijn onaflaatbare inzet voor de badplaats als geheel en de VVV in het bijzonder. Het blijft een raadsel waarom Dorsman er op deze avond niet bij was. Hij was er de grootste van allemaal geweest.
