
Naar aanleiding van deze foto wees kunstschilder Hendrik Jan van den Hoonaard mij nog eens op zijn speech bgv de tentoonstelling “Topografie van Bollenstreek en Leidse Regio” , 5 jaar geleden in de Hoofdstraatse kapel. En en passant verwijst hij ook nog even naar het 150-jarig bestaan van de BLOEMENbadplaats:
‘In de, naar mijn mening, unieke ontstaansgeschiedenis van Holland die zo ongeveer begon aan eind van de laatste ijstijd 10.000 jaar geleden, hebben zon, zee wind en getijdenstromen het oude Holland gevormd. Er ontstonden duingebieden en in de vroege middeleeuwen vormden zich woongemeenschappen. Bestaanszekerheid is voor mensen meestal een reden om zich ergens te vestigen. Na de grote volksverhuizingen in de zesde eeuw hebben zich voornamelijk vissers in de zeedorpen gevestigd. Op de oude binnenduinen daarentegen, vormden zich gemeenschappen die zich hoofdzakelijk bezig hielden met tuinbouw en kruidenteelt. Met name uit deze gemeenschappen is de latere Bollenstreek ontstaan die zo’n wonderlijk economisch samenspel laat zien van haar bewoners. In de zeedorpen ontstond aan het eind van de 19e eeuw het zeebadtoerisme terwijl tegelijkertijd de bollenteelt een grote expansie doormaakte.
Twee data zijn van doorslaggevend belang geweest voor het aanzien van dit gebied. In het voorjaar van 1886 introduceerde de Haarlemse kweker Krelage jr. een nieuwe tulp: de Darwin. Deze tulp was meteen een succes, mede door zijn robuustheid en weesbestendigheid en mooie kleurvariaties. Dit succes werd nog vergroot door de export naar de Verenigde Staten. Hoewel kwekers in New England getracht hebben deze export te verhinderen, wist men door slim te lobbyen in de senaat de export veilig te stellen.
Het “voor wat, hoort wat” principe had daarbij de doorslag gegeven, Nederland ging, als een van de weinige Europese naties, goedkoop Amerikaans graan importeren, wat weer een gunstig effect had op de meestal erbarmelijke gezondheidstoestand van de beroepsbevolking.Een belangrijk ander tijdstip was het jaar 1918; in de woningbouw waren er problemen met toen gebruikelijke bouwwijze de “steens” muren. Deze bouwmethode leidde vaak tot doorslag en klamme wanden. Omstreeks 1918 ging men ertoe over om spouwmuren te metselen met kalkzandsteen. Het afgraven van de binnenduinen werd nu versneld doorgezet t.b.v. de kalkzandsteenfabricage en kwamen de bollenvelden in beeld wat weer een impuls gaf aan het voorjaarstoerisme. En zo is de cirkel rond. Met genoegen draag ik dan ook deze tentoonstelling op aan de Bollenstreek en haar nijvere en inventieve bewoners. Noordwijk, september 2011.’

Nu met het jubileum van het 150 jarig bestaan van de badplaats ben ik zo vrij om mijn openigsrede t.g.v de tentoonstelling “Topografie van Bollenstreek en Leidse regio” nog eens neer te pennen.
‘In de, naar mijn mening, unieke onstaansgeschiedenis van Holland die zo ongeveer begon aan eind van de laatste ijstijd 10.000 jaar geleden, hebben zon, zee wind en getijdenstromen het oude Holland gevormd. Er onstonden duingebieden en in de vroege middeleeuwen vormden zich woongemeenschappen.
Bestaanszekerheid is voor mensen meestal een reden om zich ergens te vestigen. Na de grote volksverhuizingen in de zesde eeuw hebben zich voornamelijk vissers in de zeedorpen gevestigd.
Op de oude binnenduinen daarentegen, vormden zich gemeenschappen die zich hoofdzakelijk bezig hielden met tuinbouw en kruidenteeld.
Met name uit deze gemeenschappen is de latere Bollenstreek onstaan die zo’n wonderlijk economisch samenspel laat zien van haar bewoners. In de zeedorpen onstond aan het eind van de 19e eeuw het zeebadtoerisme terwijl tegelijkertijd de bollenteeld een grote expansie doormaakte.
Twee data zijn van doorslaggevend belang geweest voor het aanzien van dit gebied. In het voorjaar van 1886 introduceerde de Haarlemse kweker Krelage jr. een nieuwe tulp: de Darwin. Deze tulp was meteen een succes, mede door zijn robuustheid en weersbestendigheid en mooie kleurvariaties. Dit succes werd nog vergroot door de export naar de Verenigde Staten. Hoewel kwekers in New England getracht hebben deze export te verhinderen, wist men door slim te lobbyen in de senaat de export veilig te stellen.
Het “voor wat, hoort wat” principe had daarbij de doorslag gegeven, Nederland ging, als een van de weinige Europese naties, goedkoop Amerikaans graan inporteren, wat weer een gunstig effect had op de meestal erbarmelijke gezondheidstoestand van de beroepsbevolking.
Een belangrijk ander tijdstip was het jaar 1918; in de woningbouw waren er problemen met toen gebruikelijke bouwwijze de “steens” muren. Deze bouwmethode leidde vaak tot doorslag en klamme wanden.
Omstreeks 1918 ging men ertoe over om spouwmuren te metselen met kalkzandsteen. Het afgraven van de binnenduinen werd nu versneld doorgezet t.b.v. de kalkzandsteenfabricage en kwamen de bollenvelden in beeld wat weer een inpuls gaf aan het voorjaarstoerisme. En zo is de cirkel rond. Met genoegenndraag ik dan ook deze tentoonstelling op aan de Bollenstreek en haar nijvere en inventieve bewoners. Noordwijk, september 2011.
Te mooi om niet op te nemen. Dank!