
Prachtige luchtfoto van een maanlandschap in Noordwijk aan Zee. Overal zijn diepe kraters geslagen, meestal door toedoen van Duitse badgasten die graag in dit soort ‘Löcher’ verbleven. In Noordwijks-Duits heetten die dingen ‘Koilen’ of zoiets.
De Duitse medemens had daarbij ook de gewoonte om op de rand van de kuil een Duits vlaggetje te planten en ook om daar met schelpen de naam uit te beelden van de stad of het dorp waar hij of zij vandaan kwam. Mensen uit Neuss waren daar eerder klaar mee dan mensen uit Gelsenkirchen.
Als de badman vergeten was de kuilen dicht te gooien, gingen wij er als kinderen de andere morgen vroeg snel in zitten, wachtend op het onvermijdelijke: Duitsers meenden vaak dagenlang rechten te kunnen laten gelden op een door hen gegraven kuil, quod non. Wanneer ze ons er dan uit probeerden te jassen, begonnen wij heel hard te gillen naar badman of strandpolitie (die altijd onze zijde koos 🙂 ).
Maar meestal had de badman het strand ’s avonds weer helemaal glad gestreken (‘zand erover’) en waren de ‘badgasten’ ’s anderdaags boos over het feit dat hun levenswerk vernietigd was.
Das Leben der Badegäste ging nicht über Rosen.
En als je een kuil graaft voor jezelf, valt er iemand anders in.

Pech als de kuil dicht bij de zee was gegraven.
Bij hoogwater onzichtbaar en dus goed voor een doodsmak!