
We lieten onlangs een foto zien van Jan Vink, die werkzaam was als officier-waarnemer bij de Koninklijke Marine. In reactie daarop vernam ik van een neef van hem dat Jan op 14 mei 1940, de dag van de capitulatie, naar Engeland vertrok met een boot vol met Duitse krijgsgevangenen. Hij deed dat als vrijwilliger opdat een getrouwde collega van hem thuis kon blijven, de tocht was nu eenmaal niet van gevaar gespeend.
Curieus in het verhaal is dat de vader van Jan Vink – Jan Vink senior – op precies dezelfde dag eveneens van IJmuiden vertrok als schipper van de “Amsterdam”, alias de “IJmuiden-58”. Senior had een boot vol met Joodse vluchtelingen aan boord. Waar kennen we dat van: bootvluchtelingen?
Zo dobberden die dag vader en zoon op hetzelfde water. Zonder dat ze het van elkaar wisten. De één met krijgsgevangenen, de ander met vluchtelingen. Vink sr. en Vink jr. zouden elkaar pas weken later weer in Engeland ontmoeten.
De boot waarop Jan Vink senior schipperde, de “Amsterdam/IJmuiden-58”, was op 30 augustus 1939 al gevorderd en verbouwd. Op 2 oktober van dat jaar werd het schip als boeienschip in dienst gesteld. Nadat Vink senior naar Engeland was gevaren, werd het schip in Falmouth omgebouwd tot hulpmijnenveger en in juni door commandant LTZ 2 L. Henneveld weer in dienst gesteld. Het schip werd omgedoopt in Hr. Ms. Andijk en verrichtte veegdiensten in de Britse wateren. Op 17 maart 1943 werd het schip uit dienst gehaald en overgedragen aan de Royal Navy. Na de oorlog werd het schip teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaar (met dank aan Ed).
