
Rob heeft aanwijzingen dat de jongen, die ik eerder uit verschillende oude foto’s naar voren haalde, Dominicus Antonie van Konijnenburg zou zijn. Geboren in 1879 in Noordwijk en gestorven in 1945 in een Jappenkamp in Batavia/Nederlands-Indië. Aan de hand van verschillende bronnen kunnen we hem een klein beetje volgen, maar veel is er niet. We weten dat hij op zijn 26e , in 1905, trouwde met Emma Harting, die op latere leeftijd blijkbaar ‘Oma Moes’ werd genoemd. Dat gebeurde in Cheribon, een havenstadje ten noordoosten van Bandung op Java. Het was de plek waar Emma ook was opgegroeid: ze was er geboren in 1887. Wat Dominicus precies deed in Nederlands-Indië en wanneer hij daar was aanbeland, weten we niet.
Van Dominicus en zijn gezin bestaan wel wat foto’s, maar die zijn alleen beschikbaar in het klein, via betaalde Amerikaanse websites. Dit is wat ik daar vandaan kan kopiëren:

Van Emma is wel een heldere foto beschikbaar, als kind, bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. De foto is ongedateerd, maar ik vermoed dat die ergens van 1890 is, toen ze zo’n 3 jaar oud was. Ze staat er op met haar vader en moeder en broers. Haar vader, Jan Harting, had rechten gestudeerd in Utrecht en was daarna in dienst getreden bij de Indische Posterijen. Over haar moeder, Elina Anna Clark is niet veel bekend.

Er moet meer zijn, ik ga er naar op zoek, maar ik ben iedereen dankbaar, die kan meehelpen.

https://blewbird.wordpress.com/
in onze haast zijn we blewbird vergeten in de tijd dat we bezig zijn,kwam wel zo een persoon tegen op het strand in de zuid naast de yuppen broeikas met een kanjer van een nikon toestel,maar hij wilde niet zeggen wie des persoon zijt .
soms ga je weer denken als het contra de ogen wordt voor gespeeld en dan wordt de tijd in een gedrukt zo als de materie van een zwart gat dat zich samen drukt sinds de oerknal.
toch vreemd sinds de opmars van facebook dat je al die anderen bloggers niet meer volgt.
bestaan ze allemaal nog wel in hun rol van kunstenaar voor one day en one moment.
het blijft toch allemaal vreemd met dat strand de bebouwing en de duinkanters of zeekanters.
sommigen komen niet onder de vuurtoren vandaan en anderen gaan de wereld over en komen wel of nooit meer terug op de plaats waar ze zijn verwekt ongecontroleerd als vergissing iets voor of na de oorlog.
nu schijnt ieder nieuw geboren wurm te zijn gepland voor de cress en mama naar flexibele baan en dr tennis of golf clubje of werken aan dr figuur op de azurro wellness.
pa met zijn mtb over t strand en meedoen met de wedstrijd tussen de schelpen door en proberen jong te blijven.
ruud ohlenslager van de autootjesbaan had ook in t jappen kamp gezeten en joop boon in algerije bij de legionairs ,zei altijd tegen joop schrijf je verhalen op.
weet nog steeds niet of die t gedaan heeft en ruud publiceerde tien gedicht bundels onder anderen over de blauwe zeedistel ,ze zijn er niet meer de vertellers met kees fish heen gegaan kees werkte vroeger in de psychiatrie en de verhalen waren leerzaam ,t is maar een palletje wat ons verschilt zei die en t palletje kan vallen als t zelf wil vallen op het moment dat t palletje valt.
beste jongens op een sociaal terras en het waren de heydays van t strand dat nooit meer terug komt.
in ons commerciële wereld die over de swing rolt.zonder ziel zonder doel.
brusselmans vertelt t ons in zijn sien en odje en over ik kou van jou of over dat gouden boek met die mode ontwerper.
een ding weet ik zeker dat jonge ventje van de knijn is geen elite manneke ,meer een jongetje van een visser die niet naar zee wil en daar de pannen schrobt als junior plongeur net als dat jongetje in kniertje die door kniertje uit den brode op de verrotte bomschuit wordt gesleurd en jammer verzuipt en zijn lichaam aanspoeld op t noorder strand en zijn ouderen broer nog leeft en de laatste ervarinng uit stameld en de laatste adem uit blaast als ze hem hoog op t duin verkassen en kniertje een pannetje snert krijgt van de reder die hiermee zijn ongeluk zijn einde en zijn wroeging afroept in zijn ziel zaligheid en eeuwig leven de duivel wenkt.
heb t daarna nooit meer op reders gehad en ben op twaalf jarige leeftijd hard weg gelopen in ijmuiden toen een reder aan mn vader vroeg of ik mee kon en mijn vader zei dat ie ook op zo een leeftijd op een stoomfiets naar lerwick met zijn vader was geweest…anderen tijden en ik interresseerde me voor anderen dingen…een neefje ging wel en maakte carrierre later op sde super hek trawlers…de kleding van t manneke is niet elitair en niet gewassen of gestreken…maar sowat t maakt niet uit…een ieder zijn verhaal…
Ik weet niet hoeveel fantasie Susan Smit heeft gebruikt in haar boek Vloed.
Dominicus komt regelmatig langs in de briefwisseling tussen hem en Adriana. In het boek is hij een man die die van de herenliefde houdt. Maar op Cirebon woont hij samen met een “mooie jonge statige Javaanse vrouw” die zijn huishoudster is. (blz. 192).
Hij had met Emma ook 4 kids
Ach ja, misschien hield hij van allebei. Adriana was de overgrootmoeder van Susan Smit. Zij hoorde de verhalen van haar moeder en oudtantes. Dus Dominicus zal ook wel ter sprake zijn gekomen.
En een Japanse interneringskaart van zijn zoon.

En kennelijk waren er ook postzegels “Konijnenburg”

Dat zijn de Wilhelminazegels ontworpen door ene Konijnenburg
Goud!
Heel mooi!
Hier staat ook nog iets https://www.wiewaswie.nl/personen-zoeken/zoeken/document/a2apersonid/345936443/srcid/31264089/oid/3
Dank, ik verzamel wat bij elkaar en dan komp er wel weer een nieuw blogje bij 🙂
Als kleindochter van Dominicus Antonie van Konijnenburg kan ik de eventueel gewenste informatie geven.
Had hieer al eerder op gereageerd maar zie het niet hier.
Joyce Kater-Hoeke
J. Harting is eind 1925 begin 1926 in Mr. Cornelis in Indië overleden. Zijn vrouw, Wed. E.A. Harting – Clark zet een dankbetuiging in het Nieuws van de Dag voor Nederlandsch Indië op 25 januari 1926. Volgens de Telegraaf van 21 april 1934 is zij ook in Indië overleden, 72 jaar oud.