
De aan flamboyantie lijdende advocaat Oscar Hammerstein wordt geportretteerd in het alumniblaadje van mijn oude Alma Mater. Op de voorpagina relativeert hij zijn verhaal al enigszins bij voorbaat: “Ik romantiseer mijn verleden in Leiden.” Binnenin begrijp ik die relativering beter:
“Mijn Leidse jaren waren nog wel een beetje zoals in de film Soldaat van Oranje […] Corpsstudenten flaneerden in driedelig grijs ’s middags door de stad, speelden tennis in Noordwijk en gaven zich vanaf borreltijd over aan bier, ballen en gebral. De oude levenstijl was nog niet helemaal verdwenen.”
Hammerstein ging in Leiden studeren, toen ik al bijna weer wegging. Ik vermoed – eerlijk gezegd – dat in bovenstaand citaat de wens weer eens de vader van de gedachte uithangt en dat Hammerstein dat ook bedoelt met ‘romantiseren.’ Want in mijn tijd zag ik ook corpsstudenten niet meer zo ostentatief in driedelig grijs door de stad flaneren en ik zag ze voor tennis niet helemaal meer naar Noordwijk gaan.
Ikzelf was geen Minerviaan, maar Augustijn. Wij tennisten gewoon op de banen van de uni aan de Wassenaarseweg en over driedelig grijs beschikten we niet eens. ‘Gebral’: mwâh. ‘Bier en ballen’: dat weer wel.
