cats

“Voor de jongelui om uit te knippen” stond er nog keurig boven de advertentie. Maar ik knipte niks uit. Het was 1966 en ik geloof niet dat ik toen al – op veertienjarige leeftijd – popconcerten bezocht. Als ik al op dat idee gekomen was, dan hadden mijn vader en moeder daar wel een stokje voor gestoken. Die waren niet verder gekomen dan het Cocktail Trio en Mieke Telkamp. Mijn oudste zus ging al wel naar De Beurs, maar dat waren toen nog optredens van The Blue Diamonds, Anneke Grönloh, Willeke Alberti en Trea Dobbs. Kon geen kwaad. Niet dat ik die groepen niet kende. Ze schalden iedere zomer uit de radio’s in de schuren waar we bollen pelden en uit de transistors die we meenamen naar het strand. “Één-negen-twéé: goed idee”.

Op ietwat latere leeftijd zag ik wel de GoldenEarring in Casino (volgend jaar weer ‘unplugged’ in het Haagse Congresgebouw!) en de Sandy Coast in Boule7. De Motions herinner ik me ook vaag met Rudy Bennett nog en met Robbie van Leeuwen. Maar dat najaar van 1966 was ik nog onwetend en onschuldig, terwijl de crème de la crème van de Nederlandse polderpop hemelsbreed op maar een paar honderd meter van mij vandaan Noordwijk onveilig maakte.

De advertentie in de Leidse Courant loog er niet om: de Motions waren misschien wel de eersten die bij mij een popgevoel hebben opgeroepen, in ieder geval maakte hun “Wasted Words” een onbedaarlijke indruk.

De Outsiders met de onvergetelijke Wally Tax ontdekte ik eigenlijk pas veel later, maar in retrospectief is hun “Lying all the time” wat mij betreft een evergreen:

https://www.youtube.com/watch?v=t0FDAFpqIRU

Zelfs de rauwe klanken van de Q65 (“The Kjoe”) staan nog noot voor noot in mijn geheugen gegrifd (“The Life I Live” was wel een ander leven dan mijn ouders met mij voorhadden, overigens). En de Hunters waren dan wel weer een beetje braaf met hun overigens tamelijke onbegrijpelijke “Rusian Spy and I” van Jan Akkermans. Rob Hoeke (ik schreef eerder over hem) wordt in de advertentie nog geafficheerd met zijn Rythm and Blues Group, maar in mijn herinnering stond Hoeke vooral bekend om zijn boogy-woogy muziek (die hij na een ongeluk zelf met een paar vingers minder op de piano kon spelen).

Als we de advertentie verder volgen, komen we op de meer onbetreden paden. The “A” Cads waren in Londen misschien wel populair, maar ze kwamen daar helemaal nietvandaan. De groep was afkomstig uit Zuid-Afrika, een blanke groep uiteraard, die de ritmische klanken van de min of meer autochtone Afrikaanse muziek volledig ontbeerde. Een ordinair cover-bandje, zou je tegenwoordig zeggen. Komen we bij Rock Williams and the Fighting Cats. Dat was gewoon een Nederlandse band. Het was ook niet “Rock” Williams, maar “Roek” Williams, en van zijn eigen heette Roek gewoon ‘Willemse’, dus dat was nog een hoop gedoe met die naam.  The Incrowed bestond ook al niet, want deze Haagse band heette InCrowed. Allerlei Top 40 hits, waarvan ik me in ieder geval niet ééntje kan herinneren. En The Fire Strings werden eigenlijk bekend onder de naam “Brigitte and the Fire Strings”. Wederom een klassieke Nederbeat-groep, dit keer uit Wassenaar. Vrijwel de hele groep bestond uit leden van de familie Roessingh van Iterson, een naam die wonderwel ook bij Wassenaer paste.

Last but not least: Les Baroques. Een groepje uit Baarn dat een mooie hit had met “Such a Cad”, maar dat bij mij altijd in de hersenpan is achtergebleven met het wat rommelige nummer “Bottle Party.” In de Top40 nooit verder gekomen dan één week op 36 – geloof ik – en 3 weken op 39. Nooit zien optreden die gasten, maar ja. Toen ik in 1969 eindelijk warm begon te draaien voor popmuziek hielden zij er al weer mee op. Maar “Bottle Party” dus:

De herfst van 1966 in Noordwijk Binnen moet geweldig zijn geweest.