Gerhard Musegaas was geboren op 15 februari 1897 in Enschede. Hij was o.m. werkzaam als spoorwegbeambte bij de Deli-spoorweg op Sumatra. Vanaf 1927 woonde hij in Zeist. Lid van de NSB sinds 1935. In september 1942 werd hij hoofdcommies in de gemeente Velsen. Op 29 december 1943 werd hij door de Rijkscommissaris benoemd tot burgemeester van Noordwijk. Nadat hij op 17 januari 1944 was beëdigd door Generlakommissar Wimmer maakte hij in januari zijn opwachting bij de loco-burgemeester Vogelaar en de gemeentesecretaris Ike en begon met zijn werk als burgemeester. Vogelaar en Ike, hoewel absoluut geen medestanders van de NSB-burgemeester, bleven tot het einde van de oorlog hun functie uitoefenen. Op 26 februari vond de installatie plaats, waarbij ongeveer 130 genodigden aanwezig waren. Na de capitulatie van de Duitse troepen werd hij gearresteerd en naar Leiden overgebracht. Het Haagse Tribunaal veroordeelde hem tot internering tot 8 augustus 1950, verlies van beide kiesrechten en het recht om openbare ambten te bekleden. De voorganger van Musegaas, J. van de Mortel, werd in mei 1943 op last van de bezetter ontslagen. Vanaf die datum tot de komst van musegaas werd het ambt door Vogelaar waargenomen (tekst Erfgoed Leiden).
In deze brief bedankt Musegaas NSB-partijgenoot Pieter Langendijk (“Malle Piet”) en diens vrouw (“Kameraad en Kameraadske”)voor alle moeite die zij zich blijkbaar hadden getroost om Musegaas feestelijk in te halen, onder andere met een feetselijk lied. Piet Langendijk had aanvankelijk een kapperswinkel in de Hoofdstraat, annex tabakswinkel. Hij wordt in “Noordwijkers bij naam en toenaam” van Ton Meijer en Cees van der Niet nogal omslachtig geprezen als supporter van de v.v. Noordwijk, maar zijn actieve lidmaatschap van de NSB tijdens de oorlog wordt nergens genoemd. In de context van dit verhaal is dat lidmaatschap echter alleszins vermeldenswaard. Zie ook een eerder blog.


Cees en ik wisten van Piet Langendijks NSB-verleden, maar vonden dat in het ‘Bijnamenboek van Noordwijk’ niet nodig te vermelden. Daar is andere documentatie voor. Wij wilden ook niet de keus tussen actief en niet actief lidmaatschap van de ‘club’ hoeven te maken: bij die Noordwijker niet en bij die Noordwijker wel. Als we het met Noordwijkers erover hadden, hoorden we bijna altijd: Ja maar die was op het verkeerde been gezet en kon de verleiding niet weerstaan.’ Verder vind ik dit van Pjotr Mulder een heel goed relaas.
Sterk, niet ? Na 70 jaar speelt dit nog steeds !
we moeten ook niet te heilig zijn op het dorp…de tijden waren bar slecht en de honger was dichter bij dan de welvaart…de sociale verschillen waren groot en een zelfstandige en arbeider in die tijd…had geen plaats of erkenning in de structuur van de crisis in the thirties…voor een schamel loontje moest heel wat uren worden gepeest in t land visvangst en toerisme…hoor de verhalen van de oudjes en mn vader nog…casino zat vol als de afgevaardigde van de bewuste club kwamen…alleen dat ze het verkeerd brachten…deed de helft vertrekken…anders was de vreselijke club…de grootste geweest…
de des betreffende man hees me altijd op het oude kermis paard in zijn barbiershop…op het hoekje buurt bomstraat naast t cafe passage en had een model…nml bloempot rondom…en je kreeg een smous mee,..ben er niet bij geweest…van horen zeggen en denk dat de teleurstelling in toekomst en beleving…in die crisis jaren enorm laag van vertrouwen waren…ook nu schijnt t onbehagen groot te zijn…ondanks dat de meeste goed te eten hebben…hoorde van toen dat hele kinder scharen met een stuk kooraap naar bed gingen,…
Ik ben de laatste om te veroordelen, Ton, maar Malle Piet was als NSB-er bekend in brede kring in Noordwijk, poseerde in een mal uniform, richtte zijn etalage feestelijk in met rechts parafernalia en nog wat van die dingen. Tsja. Ik vond het met alle respect en begrip opmerkelijk dat jullie hem wel krachtig neerzetten als supporter van de vv Noordwijk en die NSB-folklore ongenoemd lieten. Zoals gezegd: met alle respect en begrip 🙂