otter

Hij werd op 6 november 1962 als derde wethouder in het College van B&W gekozen. Van Berckel was nog burgemeester en de de heren Sedelaar en Vogelaar wethouderden er al op los, respectievelijk voor de de KVP en de protestants-christelijke partijen. Pieter den Otter was vande PvdA en die derde wethouder was nodig, niet vanwege alle drukte in de portefeuilles, maar om op die manier ook de sociaaldemocraten een – ten opzichte van de verkiezingsuitslag – representatieve plek in het college te geven.

Ik kende Den Otter eigenlijk alleen vanwege het feit dat hij altijd bij ons aan de deur kwam om de ramen te wassen op de eerste verdieping. Pieter den Otter was namelijk glazenwasser en in die hoedanigheid trok hij met ladder, emmer en wisser het hele dorp door. Een uitermate vriendelijke, goeiige man, van wie je kon hopen dat hij het politieke wespennest zou overleven en van wie je wist dat hij – als dat het geval zou zijn – zeer succesvol zou zijn. Hij slaagde met vlag en wimpel, maar kon zijn derde (!) periode niet meer afmaken, geveld als hij werd door ziekte en dood.

De burgemeester Bonnike sprak even roerende als terechte woorden bij het afscheid. Pieter den Otter werd later nog herdacht in ‘zijn’ eigen sporthal – de Nortghohal, die inmiddels al weer vervangen is. En hij gaf de aanzetten tot een zwembad, dat inmiddels ook al weer vervangen is. De tijd gaat snel. Er is nog de wethoudersbank, waarmee hij én de latere PvdA-wethouder Jaap Bedijn (1976-1994) worden herdacht.