straf1

De afzender dacht er op het postkantoor van Noordwijk met een ‘lousy’ twaalfeneenhalve cent wel van af te wezen. Voor die prijs zou de brief ongetwijfeld bezorgd worden in Stiekna, tegenwoordig bekend onder de naam ‘Štěkeň. Hij of zij kón daar ook wel een beetje op vertrouwen, want hoewel ook de posterijen in Noordwijk in de smiezen hadden dat de frankering tekort schoot en op de envelop vet het woordje ‘ontoereikend‘ stempelden, ging-die toch richting Stiekna.

Štěkeň (in het Duits ‘Steken’, dus zonder die vreemde boogjes boven de s en de e) is gelegen in Bohemen/Tsjechië, om preciezer te zijn: linksseitig der Otava am Fuße des Brdo (508 m) im Böhmerwald-Vorland. Am rechten Ufer des Flusses verläuft die Eisenbahn zwischen České Budějovice und Strakonice, die nächste Bahnstation liegt zwei Kilometer südlich in Čejetice. Nachbarorte sind Slatina im Norden, Vitkov im Nordosten, Nové Kestřany im Osten, Sudoměř im Südosten, Čejetice im Süden, Sedlíkovice, Modlešovice und Hájská im Südwesten, Slaník im Westen sowie Přešťovice im Nordwesten. Verdwalen kan niet.

In 1895 lag Stiekna/Steken echter nog veilig in de schoot van het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk en de verbindingen met dit ‘Kakanië’ (Kaiserreich und Königreich) waren snel en soepel. De brief kwam dan ook keurig aan, zij het dat de Oostenrijkse Posterijen in Stiekna ook niet achterlijk waren: men plakte op de achterkant van de envelop een ferm strookje van 4 strafportzegels.

Het waren zegels van de “Koenigliche Oesterreichische Post” en dat is een beetje gek. Want het oude Oostenrijk-Hongarije mocht dan een dubbelmonarchie wezen: in Oostenrijk stond de keizer aan het hoofd en in Hongarije de koning (en het deed er niet toe dat dat één en dezelfde persoon was). De posterijen in Oostenrijk hadden dus eigenlijk ‘kaiserlich’ moeten heten en die in Hongarije ‘koeniglich’.