palace

De komende nacht is het precies 36 jaar geleden dat het Palace Hotel aan de Noordboulevard in vlammen opging (zie eerdere blogs maar ook een filmje van Koos Kleton). Een regelrechte ramp voor het aangezicht van Noordwijk, dat nooit meer hetzelfde zou zijn. Het Palace Hotel was overigens ook toen al met een klein stukje Huis ter Duin en met wat kleiner grut, zoals Casa Mare en Seinpost zo ongeveer het enige ‘oude’ gebouw aan de boulevard. Maar tegelijk was het het meest beeldbepalende gebouw en als zodanig iconisch voor Noordwijk als badplaats. Rob Caspers runde in die tijd ‘Rob’s (vroeger Leen’s) Eethuis’ aan het Palaceplein. Hij was één van de eerste ooggetuigen van de ramp die zich vanaf een uur of half drie ’s nachts aan het voltrekken was. Lees hieronder zijn indrukwekkende relaas:

Het is inderdaad in de nacht van 9 op 10 december geweest. 1978 was het eerste seizoen dat mijn vrouw en ik “Rob’s Eethuis” hadden. Tot Mei van dat jaar hadden we de oude naam nog op de gevel: “Leen’s Eethuis”, bij Noordwijkers ouder dan 50 nog wel bekend onder die naam, maar Leen werkte zelf bij Van Hese aan de overkant in snackbar Atlantis en die wilde dat niet meer hebben dus heb ik mijn eigen naam er op gezet. Maar we verkochten wel tot diep in de nacht broodjes Vlam, en ook dat was tegen het zere been van Leen. Dat is echter een ander verhaal waar ik nog welderis op terug zal komen.

In ieder geval waren we ook die zaterdagavond open geweest tot 1 uur, in de winter was de sluitingstijd een uur vroeger dan ‘s zomers. Het was erg rustig geweest die avond, het vroor een graad of 4 en de kou hield de mensen binnen. We waren al snel klaar met de schoonmaak dus om 2 uur gingen we naar boven. Daar woonden we toen, we hadden de slaapkamer op het zoldertje. We gingen net naar bed om kwart voor drie toen we buiten een hoop knallen hoorden, en we mopperden al op de jeugd die vuurwerk aan het afsteken was, maar dit klonk toch anders. We deden het gordijn open en zagen onmiddellijk dat het dak van Palace in brand stond, het gedeelte aan de achterkant van het hoofdgebouw wat boven de keuken grensde. Het was al een uitslaande brand! Het eerste wat ik deed was de brandweer bellen. Ik was de tweede die het meldde, en daar waren ze blij om. Ze wisten niet zeker of de eerste melding wel serieus was maar die was van 1 minuut eerder.

We hebben ons onmiddellijk aangekleed, hebben vaders en moeders van weerskanten gebeld, en de belangrijkste zaken klaargelegd voor een eventuele evacuatie. Dat klinkt misschien overdreven, maar het zag er heftig uit en er was nog niet eens politie! Dat duurde niet zo lang, binnen no time was er zat volk op de poot met al die sirenes midden in de nacht. Toen de brandweer kwam en begon te spuiten bleek dat ze geen druk genoeg hadden om tot boven aan het dak te komen, en intussen breidde het vuur zich uit tot het hoge middengedeelte. Het was best een akelig gezicht om te zien dat het zich niet tegen liet houden, omdat er geen bluswater bij kwam. Intussen was mijn halve familie gearriveerd, en die zaten allemaal beneden in de zaak, allemaal gebiologeerd naar buiten te kijken, terwijl Jan en Alleman ook naar binnen wilde: die dachten dat ik de zaak gewoon weer had opengedaan!

Nu was ik in die tijd verwoed super-8 filmer, en ik zag meteen al het belang dat er lag van een opname. Ik had helaas geen Ektachrome op voorraad, alleen 2 cassettes Kodachrome 40 en dat is veel minder gevoelig. Desalniettemin ben ik toch gaan opnemen, en ik ben er zeker van dat ik de eerste ben geweest die bewegende beelden schoot van deze memorabele brand. Allicht was alles onderbelicht, maar toch zijn het herkenbare beelden geworden. Toen mijn twee rolletjes vol waren ben ik terug naar mijn zaak gegaan, waar ik hoorde dat er intussen een verslaggever van de NOS was geweest die naar mij op zoek scheen. Ik heb de man niet meer gezien en ik kreeg er ook geen tijd meer voor, want tijdens mijn afwezigheid was mijn winkeltje volgelopen met een bont gezelschap. Mijn zwager Koos de Ruijter stond bij de deur te selecteren wie er naar binnen mocht. Ik trof burgemeester Bonnike aan die in gesprek was met de heer Van Hese die in tranen was, de accountant Van Hese, Henk Slobbe, commandanten van de brandweren uit Katwijk, Noordwijkerhout en Leiden en nog zeker 10 mensen die ik niet kende.

De brand bleek intussen opgeschaald naar ‘zeer grote uitslaande brand’ , omdat er geen waterdruk genoeg was had men personeel van de Waterkelder aan de Nieuwe Zeeweg wakker gebeld en bevolen de druk te verhogen. Want nog steeds breidde de brand zich uit, intussen ook tot in het dak dat uitkeek op het Palaceplein. Naarmate de tijd vorderde ging het ernaar uit zien dat het een heel lange nacht zou worden, en er kwamen steeds meer brandweerkorpsen opdraven. Ik kreeg van de burgemeester opdracht om alle spuitgasten en dienders van koffie en een warme hap te voorzien, het was immers stevig onder nul en de eerste lichting van de Brandweer Noordwijk was al een behoorlijke poos in touw.

Dat betekende dat ik me niet langer met het buitengebeuren kon bezighouden, bij gemeentelijk bevel werd mijn winkeltje ineens tot brood-en-zopietent omgetoverd en kwamen er steeds roeden van 8 zwart of blauw geüniformeerde heren ontdooien met koffie en broodjes kroket. Toen er eenmaal voldoende water voorhanden was, was het eigenlijk al veel te laat om nog gepast op te kunnen treden, en er werden zulke ongelooflijke hoeveelheden bluswater naar binnen gespoten dat het beneden de deuren uit kwam lopen. Gevaar voor overslag naar belendende percelen was er toen niet meer, alleen zakten de restanten van het dak steeds verder brandend in, en tegen zevenen ‘s ochtends hoorde ik dat men de brand meester was. Misschien was dat al eerder, maar toen hoorde ik het pas. Er kwam weinig van om nog naar bed te gaan, het was een enorme smeerboel in mijn winkeltje tegen de tijd dat iedereen er uit was, en we zijn nog tot half negen bezig geweest om de boel aan de kant te krijgen. Het was de heftigste nacht die ik daar in 36 jaar heb meegemaakt!

O ja, die films. Het duurde in die tijd minstens een week tot 10 dagen voordat je je films terug had van de ontwikkelcentrale, en ik kon ze pas ‘s maandags bij Lex wegbrengen en meteen nieuwe kopen. Het hele vervolg van de brand heb ik in de loop van de weken daarna vastgelegd, en toen de vorst nog veel harder toesloeg raakte het gebouw reddeloos verloren. Eerst door de brand- en waterschade, daarna omdat alle water- en verwarmingsleidingen kapot vroren, om nog maar te zwijgen van het vocht in de muren. Weinig mensen weten meer dat het toen tijdens de jaarwisseling 14 graden onder nul was en dat er in 1979 bijna een Elfstedentocht zou worden verreden.

Intussen groeide mijn super-8 verslag. Bij de brandweer wist men dat ik er een film van had (uiteraard) en ik kreeg het verzoek die te vertonen in de brandweerkazerne in de Bronckhorststraat. Dat heb ik ook gedaan, en dat is de enige keer geweest dat anderen de beelden gezien hebben, behalve de familie Van Hese. Ten behoeve van de verzekering was er bewijs nodig van het verloop van de brand. Omdat ik al heel snel was begonnen te filmen kon daarmee worden aangetoond waar het vuur (ongeveer) was begonnen en kon worden uitgesloten dat er opzet in het spel was: er gingen in die tijd geruchten dat het op twee plaatsen was begonnen.

Omdat ik mijn film niet wilde afstaan heb ik er een kopie van laten maken bij een filmlaboratorium. Die kopie ligt waarschijnlijk bij een verzekeraar ergens te verstoffen op een plank. Feit is dat het gebouw reddeloos was, ondanks dat er aanvankelijk nog wel degelijk plannen waren voor herstel. Daarvan getuigen de opnamen die ik later maakte. Ook het verdere verval en de sloop heb ik gefilmd, waaronder spectaculaire beelden (met geluid!) van het omvallen van de metershoge schoorsteen wat zowat een catastrofe op de Parallelboulevard veroorzaakte.

Aangezien het dezer dagen exact 36 jaar geleden is zal ik ten lange leste het verslag maar eens op video zetten en uploaden naar YouTube. Wellicht dat het voor de Noordwijkse Verslaggeving zo zachiesaan welderis tijd wordt…

Ook aan de andere kant van Palace, bij Van Schie aan de boulevard, was paniek, blijkt uit de reactie van Perry van Schie:

Rond half drie werden we gewekt door mijn vader. We moesten snel aankleden en wegwezen. Er was brand bij de buren. Mijn schoenen stonden in woonkamer, waarvan de voorramen aan de Olieburg zaten. Bij het openen van de deur kreeg ik de schrik van mijn leven. Een enorme inferno van gloeiende vonken spatten uiteen tegen onze ramen! Het was zowel beangstigend als ook wel een prachtig schouwspel. Het leek haast of ik in de vonkenregen terecht zou komen. In die enkele seconden trok ik de deur weer dicht en liet mijn schoenen voor wat ze waren. De woning lag op de eerste etage. Met de kassa onder zijn arm dirigeerde vaders ons de trap af door het restaurant naar het terras. In de kleedruimte stonden gelukkig een paar koksklompen. De eerste brandweerwagens waren gestart met blussen. Het duurde nog even voor ook de Blauwe Gans werd nat gehouden. Na enige tijd konden we weer naar binnen, het terras op. De bekende Andre van der  Zwaard klampte mijn vader aan. Hij had kans gezien nog een aantal voornamelijk antieke zaken veilig te stellen. Die werden snel vanuit Palace heen en weer gerend het terras op. Later kwamen ook de NOS en meerdere verslaggevers in het restaurant kwartier maken. Ook werknemers en enkele gasten van Palace streken hier neer. Het duurde nog een paar maanden voor de Blauwe Gans zich uit de eeuwige schaduw van het Palace ontpopte. En onomkeerbaar, diende een geheel nieuwe periode zich aan.