Vroeger leken auto’s nog meer op elkaar dan tegenwoordig en dat is al een hele prestatie. Veel stroomlijning zat er niet in, veel luxe misschien ook niet. Maar je zat wel lekker met de kop in de wind en je had nauwelijks last van andere auto’s, want veel van deze ‘knorrende beesten’ (F. Bordewijk) waren er niet op de weg. En je kon altijd parkeren op de plek waar je moest zijn, want van parkeermeters en –boetes had helemaal nog niemand gehoord.
Dit plaatje biedt een prachtige aanblik van zo’n prachtige auto, met op de achtergrond Huis ter Duin in de Jaren Tien en een echtpaar in zomerzondagsgoed.


ze volgende hun schaduw en de nacht gaf hun vrijheid en de prijs van een hotel kamer was misschien te hoog ook de aristocratie kenden hun zwakke momenten en ze werden geboren in de verveling van hun façade in de nacht van een lusthof waar een paar lege wijnflessen door de kamer rolde en wat onverschillig kleding stukken her en der lagen verspreid na een wandeling hand in hand langs de kabbelende zee en ze hun onschuld verloren in een wilde zoete nacht ergens klonk een gong en ergens ging er een stoomfluit en speelde er gitaren ze bedankten de heer en de sterren flonkerden misschien lag Goof op het balkon er met zijn kodak.
er was een mogelijkheid dat het meisje de weg was en de vergeving met het pinksterfeest nabij was ze gingen op in kosmos en ze waren vrij de oude Peugeot liep de kasseien macadam af waar je wilde ken je heen na een droom ontwaak je altijd in een rossigheid en denk je over de wegen die je samen ging je gaf de meisjes een tien en valse hoop en op de grens van licht en duister loop je samen de grent af en weer op een oudere latere dag weer omhoog en is de wagen zwart van kleur en soms drijft er weer in een water dichte wieg een aan op het strand we rocken de cyclus rond en ergens ziet men licht in de verte.
we zijn serieus geworden en op carnaval gaan de remmen los zoals ze vroeger altijd waren.