egegegege

Het ontwerp is van de hand van Henri Breetvelt en bestemd voor een vaas van porceleinfabriek De Kroon in Noordwijk. Zo mooi, dat je ongeveer op de wijze van bovenstaand plaatje er wel je hele badkamer mee zou willen betegelen. Maar wie was Henri Breetvelt? We laten de wikipedia er maar weer eens op los:

Henri Leonardus August (Henri) Breetvelt (1864 – 1923) was een Nederlandse plateelschilder bij Plateelbakkerij Zuid-Holland. Het eerste werk van Breetvelt bestond uit het schilderen van tegels met motieven uit de Haagse School en fragmenten uit beroemde schilderijen van Rembrandt en Frans Hals. Tussen 1900 en zijn overlijden in 1923 was Breetvelt bij verschillende aardewerkfabrieken in Nederland werkzaam, namelijk in Gouda, Maastricht en Noordwijk. Hij ontwierp en schilderde er honderden decors voor siervazen, wandborden en tegelplaten, vrijwel altijd unica.

In 1900 werd hij door directeur Egbert Estié gevraagd om in zijn Plateelbakkerij Zuid-Holland, Gouda te komen werken. Ook hier decoreerde hij tegelplaten in zowel blauw als polychroom ‘Delftsch’, maar er zijn ook siervazen en wandborden van hem bekend waarin hij naar voren komt als een schilder vol vernieuwingsdrang en vaardigheid. Hij vertrok na twee jaar naar Maastricht om aldaar bij de ‘Société Céramique’ te gaan werken, opnieuw schilderde hij veel tegelplaten en grote tableaus die bedoeld waren om in gevels van huizen te worden geplaatst. Daarnaast decoreerde hij in Maastricht een aantal zeer grote siervazen met motieven naar de Haagse School maar ook nog fragmenten naar 17e-eeuwse meesters als Frans Hals en Rembrandt.

Inmiddels was EHenri_Breetvelt_(1864-1923)gbert Estié een nieuw bedrijf begonnen, de Porceleinfabriek De Kroon te Noordwijk. Breetvelt werd ontwerper van alle producten maar ook hier voerde hij zelf werk uit. Zijn stijl van gestileerde bloemen en vlinders is, gekoppeld aan een helder kleurgebruik, uniek binnen de kunstnijverheid van het begin van de 20e eeuw. De fabriek gaat in 1910 failliet en daarmee eindigde ook zijn werk in Noordwijk. Tussen 1909 en 1916 was hij werkzaam in Den Haag. In 1916 werd hij door de nieuwe directie van Plateelbakkerij Zuid-Holland verzocht opnieuw voor hen te komen werken. Hij kreeg een eigen atelier met assistenten en werd in staat gesteld zijn creativiteit de vrije loop te laten. Zijn omvangrijke oeuvre ontwikkelde zich van florale motieven met bloemen en gebladerte naar meer abstracte decors, waarvoor de natuur steeds model bleef staan. Met deze abstracte werkwijze en eenmalige exemplaren (‘unica’) was hij ook commercieel succesvol.