9789080416635

Als je ooit – als zelfverklaard kenner van de geschiedenis van Noordwijk – de Jan Kloos prijs hebt verdiend, ben je ook min of meer verplicht om op gezette tijden de nagedachtenis van deze bakker-historicus in ere te houden. Anderen hebben daartoe al eens een heus boekwerkje het licht laten zien (zie boven). Maar ook op andere fronten is aandacht gegeven aan het leven en werken van Kloos.

Eén van die gedachtenissen werd opgenomen in het Leidsch Jaarboekje van 1939 en niet zomaar: Kloos was met o.a. Henk Jesse (een andere held uit deze bloggenreeks) oprichter geweest van dit Jaarboekje, waarvan inmiddels een giga-reeks verschenen is, bijna tot op de dag van vandaag. Kloos was ook jarenlang – tot zijn dood in 1938) Noordwijks correspondent van het jaarboekje en hij kweet zich met verve van die taak met veel en mooie verhalen. Redacteur K. Sanders van het Jaarboekje had de droeve taak Kloos na zijn verscheiden te herdenken en hij deed dit aldus:

 Op den eersten Pinksterdag werd zijn levensdraad plotseling afgesneden, midden in zijn arbeid, die hem nooit rust liet. Geboren te Katwijk aan den Rijn kwam hij met zijn 6e jaar naar Noordwijk,  waar zich al vroeg, op 12 jarigen leeftijd, zijn liefde voor de geschiedenis openbaarde, blijkende uit slechts met een vergrootglas te lezen aantekeningen in een aantal cahiers. Die liefde dringt hem later tot de studie der geschiedenis van zijn woonplaats. Welk een omvangrijke studie er voor den ongeschoolde noodig is geweest om door te dringen in de geheimen der oude archieven van de verschillende kerken, van de heerlijkheid Offem, van de gemeente, van het gasthuis, van het oud-archief van Leiden, van de universiteitsbibliotheek aldaar, van het algemeen rijksarchief te ‘s-Gravenhage, enz. dat valt slechts bij benadering te bevroeden, vooral als men weet, dat dit alles moest gebeuren na zijn dagtaak.

Het Leidsch Jaarboekje van de Vereeniging Oud Leiden, waarvan hij met de nog in leven zijnde h.h. Jesse en Bijleveld medeoprichter was, getuigt in menigen jaargang van zijn archievenstudie. “Een belangrijke missieve” wan de hand van Johan de Witt en C(ornelis) Witsen, in den vorigen jaargang, was zijn laatste bijdrage, geput uit het rijke archief van Offem.

Zijn levenswerk is “Noordwijk in den loop der eeuwen”, de kroon op zijn arbeid. Een boekdeel in kloek formaat van 442 blz. met talrijke noten en een uitgebreid namenregister. Elke (bladzijde heeft studie noodig gehad. Het is een onvergankelijk monument, dat zijn nagalm tot in verre geslachten zal doen leven en de herinnering zal oproepen aan een van Noordwijks edelste burgers, wiens onbaatzuchtigheid en altruïsme, volharding, ijver en toewijding een lichtend voorbeeld zal zijn voor velen. Kloos was een geloovig man, een steunpilaar van de Ned. Herv. Kerk, die hij vele jaren diende als diaken, kerkvoogd en kerkelijk ontvanger.

Daarnaast heeft hij de gemeenschap nog gediend als secretaris van Ons Huis, als  gasthuismeester, als secretaris van de Vereeniging “Draagt elkanders lasten” en als bestuurslid van de Chr. School te Noordwijk-Binnen. Te allen tijde stond hij iedereen met raad en daad bij. Nimmer deed men tevergeefs een ‘beroep op zijn medewerking. Een schat van copieën en oude acten is nog aanwezig. Alles, wat uit zijn handen kwam, was calligrafie. Een bewonderenswaardig man is met hem heengegaan, nederig en eenvoudig van aard. De belangstelling en waardeering op zijn 70en en 75en verjaardag, hem uit alle lagen der bevolking betoond, verdiende hij ten volle. Hij ruste in vrede na zoo’n welbesteed leven!

Bron: Leidsch Jaarboekje 1939