1919

Ik vind nog een aardig verhaal van Kloos, dit keer in het Leidsch Jaarboekje van 1919. Het behelst de geschiedenis van het zgn. Hoogwaakersboschje, een duindelletje ten noorden van het dorp, dat zich door de jaren heen ontwikkelde tot een lusthof voor flora en fauna. Kloos vertelt er tal van geschiedenissen om heen, maar je voelt al op je klompen aan dat het met het bosje nog slecht zou aflopen. Het begon er al meer dat in 1913 de plaatselijke golfclub angstig dichtbij de bosjes ging zetelen. Weliswaar wist deze vereniging van beschaafde heren de boel in eerste instantie nog te redden, maar het noodlot der tijd (de Eerste Wereldoorlog) sloeg onvermijdelijk toe:

Het boschje is door de golfclub gespaard en de omgeving verfraaid doch zie, de rampzalige krijg van dezen tijd heeft indirect zijn verwoestend karakter ook hier laten gelden. De kolennood in den voorlaatsten winter wees den zeedorpers op een laatste toevlucht: de oude berken van “Hoogwaak”. Een militair gaf het sein door eenige boomen te kappen, waarvoor hij wegens diefstal is bekeurd. Doch toen de maand Januari 1915 zich duchtig liet gevoelen door sneeuwval en strenge koude, trokken ook de burgers uit om aldaar hout te kappen, zoodat vóór de maand ten einde was, het boschterrein zich een allerakeligst veld van afgezaagde stompen vertoonde, waartusschen een paar waterwilgen en drie groepen meidoornhout.

Er bleek geen houden meer aan: Kloos en Jan Verwey (de zoon van) protesteerden nog heldhaftig, maar er kwam nog een tweede golf overheen en daarbij hield de golfclub de handen ook niet meer schoon:

De Golfclub, door den voedselnood der tijden eenigszins genoodzaakt, heeft het boschterrein  geheel laten ontwortelen en den bodem verhuurd aan den pensionhouder, den heer H. Hoek Sr. te Noordwijk aan Zee, die op zijn beurt daarop in 1918 heerlijke duinaardappelen heeft geteeld!

Een lusthof voor de wereld verworden tot een aardappelveldje van Hugo Hoek. Er zal anno 2014 van het bosje wel helemaal niks meer over zijn.