‘Wildplassen’ is een inmiddels ingeburgerde term, waar niettemin zware boetes op staan. Dat geldt al wat langer voor ‘wildparkeren’. In de Jaren Vijftig heette het misschien niet zo, maar het kwam wel vaak voor, soms in overdreven mate, zoals hier op De Grent in Noordwijk aan Zee. Boetes kende men toen nog niet, pas in een later stadium ontdekten gemeentes deze nieuwe inkomstenbron. Maar toen was het hek ook van de dam: ik betaalde onlangs € 90 boete voor onrechtmatig parkeren langs een gracht in Delft op een onbewaakt stille zondagmiddag.
Wat een parkeerboete tegenwoordig in Noordwijk kost, weet ik niet. Maar als die in de Jaren Vijftig al bestaan had, had de gemeente haar begrotingstekort (als dat al bestond) in één klap kunnen aanzuiveren.


heb het nooit begrepen op parkeer formalisme in de kern kost het geld want velen houden het voor gezien na een mindere ervaring in een kustplaats waar je gastvrij behandelt en ontvangen zal moeten worden en de organisatie die de lijnen liet trekken teveel burgerlijk werd en de spanning en avontuur er uit haalde zo dat de totale pecunia veel minder werd en er leegte zich ontwikkelde uit verloren interesses en opmerkelijk dat we in die periode toen de wasmachine kwam en een zwart wit zender die wel ons bewust zijn vernauwde de bekrompenheid over ons lieten komen net toen je met de colour van the rainbow van de stones bezig was en de hippies de bloemen uitdeelde die verwelkte onder het lieverdje als rookmachier en blue movie de sex revolutie leek te planten en het zaad rond strooide met rookpotten op de dam en krakers rellen op de oud burgerzijdse wallen waar later bleek met alle dosis erotica in film en series zoals nieuwe buren alles voor uit de kijkkast zit bekrompen evangelie klein burgerlijk of notabelen met een portie schijn heiligheid waar je net als eric van moest kotsen in turks fruit en eric was jan wolkers die zijn alter ego opschreef de reflectie van oegstgeest toen der tijd met een piano waar je de handen vol aan had toen paint in het black toen de crisis op zijn hoogst was en ze het rood de deuren verfde en de bloemen van het kwaad werden uit gestrooid en we gingen als technocratisch burocratieseren zodat als in conflict kwam met zichzelf en vastliep in een hoop stront dat puberale satifaction verbleekte in zijn logistieke conformisme dat opging in een land vol datende singles die niet verder komen dan de oppervlakkigheid in pragmatisme die wel willen veranderen in meer diepgang en compasineele mede leven maar door druk die opgejaagd artificieel ze moeilijk keuze laat maken …het is 1964 en de stones brengen its all over now en we breken het kuurhaus tot de bodem af waar de de canapés rond vliegen met ruiters te paard die binnen stormde in de kleine roosters van de vrijheid die in ieder latent sluimert….little red rooster zonder te huilen…rijd ze naar huis….zonder blikken blozen en scrupules….