Ik wist helemaal niet dat ene Louis Hermans in Noordwijk ijs ventte. Maar dat was wel zo, getuige deze prachtige foto (met dank aan Li-st). Hermans woonde in de Van Leeuwenstraat op nommer 14 in Noordwijk-Binnen en van daaruit fietste hij met zijn ijshandel ook naar Noordwijk aan Zee, want daar is hij blijkbaar door enkele volgers van dit blog welderis gespot. Hoe hij het ijs intussen koud hield is mij een raadsel. Vermoedelijk haalde hij ergens grote ijsblokken vandaan, waarmee hij het roomijs tenminste gedurende enige tijd kon bedaren.
Op de kar een doos van Loose’s Biscuit. Daarvan heb ik een kopietje kunnen scoren op internet. Van die andere wafeldoos (‘Meteoor?’) kan ik helemaal niks vinden. Das jammer, ik houd me aanbevolen.
Nota Bene 1
Ik krijg bericht dat de man met de ijskar Niek Hermans is, de broer van Louis. En de kar was blijkbaar van de oude Hermans, Hein Hermans, vandaar die H.
Nota Bene 2
Op mijn vraag hoe dat ijs in hemelsnaam zo lang koud kon worden gehouden krijg ik zo ongeveer per kerende post een deskundig antwoord van Robertus (veel dank!). het is te interessant om alleen maar bij een onderstaande reactie te laten staan en ik citeer er het volgende uit:
Omdat het mijn vak is een kleine uitleg hoe ijs destijds gemaakt en bewaard werd: staafijs (bevroren water in de vorm van een trottoirband) werd opgehaald bij ijsfabriek E.N.Y. (volgens overlevering de Eerste Noordwijkse IJsfabriek onder leiding van een zekere Ammeraal). Of het werd gebracht, daar wil ik afwezen. Die staven bevroren water waren niet kouder dan 12 graden onder nul, en dat is niet koud genoeg om schepijs te maken en te bewaren. Om lagere temperaturen te bereiken werd dat staafijs fijngehakt en vermengd met zout. Geloof het of niet, maar dat zout dwingt het ijs te smelten tot water en dat gaat gepaard met een aanzienlijke opname van warmte. Als die warmte er niet meteen is zakt daarom de temperatuur enorm, dat kan wel tot – 25 graden (dan is de pekel verzadigd). Met die bereikte kou werd dan het schepijsmengsel afgekoeld en bevroren. Ook werd met die kou de koelelementen op een voldoende lage temperatuur gebracht om het schepijs in de kar goed te houden. Die koelelementen waren meestal koperen ‘containers’ gevuld met verzadigde pekel en hadden een aparte vorm: aan drie kanten plat, en aan een kant met een halfronde uitsparing. Twee van die containers tegen elkaar vormden een vierkant blok met een cylindervormig gat ertussen. Die koelblokken werden aan het begin van de verkoopdag in de (geïsoleerde) verkoopkar gezet en dan ging het gedraaide schepijs in een ronde bus in dat gat. Deksel erop en naar de boulevard! Met dit systeem kon een uur of zes het ijs koud genoeg worden gehouden om te verkopen.


Louis Hermans was een vriend van mijn vader, en stond – zoals eerder gemeld – regelmatig met zijn ijskar bij de strandafrit aan het Palaceplein. Omdat het mijn vak is een kleine uitleg hoe ijs destijds gemaakt en bewaard werd: staafijs (bevroren water in de vorm van een trottoirband) werd opgehaald bij ijsfabriek E.N.Y. (volgens overlevering de Eerste Noordwijkse IJsfabriek onder leiding van een zekere Ammeraal). Of het werd gebracht, daar wil ik afwezen. Die staven bevroren water waren niet kouder dan 12 graden onder nul, en dat is niet koud genoeg om schepijs te maken en te bewaren. Om lagere temperaturen te bereiken werd dat staafijs fijngehakt en vermengd met zout. Geloof het of niet, maar dat zout dwingt het ijs te smelten tot water en dat gaat gepaard met een aanzienlijke opname van warmte. Als die warmte er niet meteen is zakt daarom de temperatuur enorm, dat kan wel tot – 25 graden (dan is de pekel verzadigd). Met die bereikte kou werd dan het schepijsmengsel afgekoeld en bevroren. Ook werd met die kou de koelelementen op een voldoende lage temperatuur gebracht om het schepijs in de kar goed te houden. Die koelelementen waren meestal koperen ‘containers’ gevuld met verzadigde pekel en hadden een aparte vorm: aan drie kanten plat, en aan een kant met een halfronde uitsparing. Twee van die containers tegen elkaar vormden een vierkant blok met een cylindervormig gat ertussen. Die koelblokken werden aan het begin van de verkoopdag in de (geïsoleerde) verkoopkar gezet en dan ging het gedraaide schepijs in een ronde bus in dat gat. Deksel erop en naar de boulevard! Met dit systeem kon een uur of zes het ijs koud genoeg worden gehouden om te verkopen.
Loose Biscuit ken ik uiteraard wel, maar van De Meteoor heb ik ook nog nooit gehoord.
Over Louis Hermans kan ik nog vertellen dat mijn vader eens een grap met hem had uitgehaald. Het was einde van de zomer en Louis kwam op de koffie bij ons thuis. Mijn vader had de gewoonte om overtollig kleingeld de hele zomer op te sparen. Enkele centen en stuivers werden wel ontvangen maar werden niet gebruikt om terug te geven. In september telde hij ze en ging er dan mee naar het postkantoor aan de Voorstraat. Die keer was het een aardige hoeveelheid geworden die klaar stond om weggebracht te worden. Louis kwam koffiedrinken en meldde dat hij nog naar de Post moest. Pa vroeg hem tussen neus en lippen door of hij dan meteen die tas met munten wou meenemen. Vanuit de Kerkstraat. Louis vond dat wel goed. De andere dag sprak mijn vader Louis weer, en die was helemaal niet blij geweest met die grap. Ga zelf maar eens bijna een kilometer lopen met een gewicht van een kilo of acht aan je hand. Het is wel weer goed gekomen, maar nog jaren later kon mijn vader hartelijk lachen om het boze gezicht van Louis Hermans.
Geweldig Robertus! Dank je wel.
weet wel dat drankenhandel van rhijn staven ijs bij de hotels bracht,….
http://www.continentalbakeries.com/nl/producten/koek-biscuit/
Het is Niek Hermans. De broer van Louis. De H. staat voor Hein, de vader van Niek en Louis.
Great service again Lida!
you’re welcome
Die foto van de ijsventer is zeker niet Louis Hermans. Ik heb hem persoonlijk goed gekend. Hij woonde aan de Weteringkade. Hij had zeker twee zonen Henk en Louis. Ik was met beide bevriend. Louis Hermans verdeed zijn tijd niet alleen met ijsventen, maar hij was ook een veel gevraagde en goede ziekzoeker in de bollen
De ijscoman is mijn opa Niek. Ik ben vernoemd naar mijn over grootvader Hein .