Het straatje dat toegang bood tot de Oude Zeeweg (nu: De Grent) was niet eens bestraat. Of het was wel bestraat, maar inmiddels weer met grote hoeveelheden zand bedekt, want een stuifhoek moet dit wel geweest zijn. De hopen zand tegen de muur van de Villa Seehorst leggen daar ook nog eens getuigenis van af. De gemeente had geen zin om het iedere keer schoon te vegen, dus had men er – zo te zien – een loopplank opgelegd. Zo’n plank die je ook bij de strandafgangen (of opgangen) wel tegenkwam. Ik noemde het altijd een kippenplank, omdat mijn grootvader een soortgelijke constructie beschikbaar had gesteld aan zijn kippen om van de ren het nachthok te bereiken.
De foto is verder fantastisch wat mij betreft. De mooi-geklede vrouw die op hoge witte hakken de kippenplank betreedt, de kinderen in hun zondagse goed, het meisje huppelend achteraan. Links het terras van Hotel Van Ruiten, het latere Oranje Hotel. Het is 1926 en er is nog niks aan de hand.


illuster straatje dat zich plots door de zeewind zich uit de losse flarden van zeemist zich ontworsteld.
denkbeeldig in de verbeelding die zich elkaar de ellende aandoen.
iets wat mooi is mag niet voort bestaan.
je leeft voor vandaag.
wat geweest is geweest.
de emoties en de pijn.
ze zei ik was een dromer.
op een dag zal de wereld beter zijn.
een strand afrit met eeuwig stuifzand.
schreeuwende meeuw de geur van gebakken Visch.
ingestoven zeilboten en straatjes.plankier of welness.
verleden van Tiroler meisjes.
tijd van bockbier.
rosser en kokkels.
ze wilden je geen pijn doen
maar we moesten huilen
misschien waren ze jaloers.
of begrepen het leven niet.
vergeven en vergeten.
de tijd heelt heelt de wonden.
misschien wordt het ongeschonden.
verliefd in de wind.
vrouwen we vragen tijd voor uitleg.
uitleggen is een.
begrijpen is twee.
ze beginnen opnieuw.nu en voor altijd.